Honig uit den rotssteen - pagina 193
!
179 aan. Het was een weldaad! En nu, wie beu die weldaad? Wat was het, dat u voor die smadelijke bezoedoling behoedde? Zeg zelf, mijn broeder, was het niet die toorn van uw God, die in uw eigen ziel of in de ziel uwer verzorgers zoo scherp en onverbiddelijk tegen de goddeloosheid inging, dat ge wel in den stroom der ongerechtigheid u woudt baden, maar er niet inspringen dorst, ja, feitelijk niet kondt? Dat de eerste vraag. En nu ziehier de tweede Was in uw hekeeriny zelve die toorn van uw God niet evenzeer als instrument van zijn heilig erbarmen werkzaam? Indien de Heere uw God den toorn niet had laten werken, zoudt ge ooit bekeerd zijn? Ik weet wel er zijn er zoo velen, die achten, dat alleen het o. lieflijk geklank van den Koning ze bij het suizen van de avondkoelte getrokken heeft. Maar is het geen zelfbedrog, zoo men waant, dat het daarmee begon? Gaat aan dit suizen van de zachte koelte dan aardbeving, en aan de aardbeving niet de sterke wind niet de vooraf? Dat lieflijk geklank zou het u ooit getrokken hebben, zoo er niet eerst onrust, beroering, schudding in de ziel ware gekomen? Zoudt ge ooit met de wereld gebroken hebben, zoo niet eerst God zelf in uw eigen hart tegen die wereld getoornd had? Vielt ge dan voor Gods wet niet ? Of is die wet ooit zonder toorn werkende ? Zoudt ge ooit, om het kort saam te vatten, geweten hebben wat goddelijk mededoogen was, zoo niet vooraf de toorn Gods u had
Het doet u weldadiger wees
uw schrikkelijke zorgeloosheid? En nu het derde. De groote zaak is dan nu aan u geschied. God zij er eeuwig lof en eere voor! Ge weet nu, dat de Geest met uwen geest getuigt dat er een „Abba, Vader," roepen voor u is, en ge zoudt wel heel uw opgejaagd uit
op alle tonen willen uitgalmen: „Ik ben verlost, ik ben verlost, een gekochte van mijnen Heer!" Maar mag dan nu aan uw ziel gevraagd, hoe ge daaronder verkeert? Zijt ge dan nu van de wereld af of nog er in? Zijt ge dan nu uw zonde kwijt, of tobt ge er nog mede? Is -de strijd uitgestreden, of worstelt ge nog alle dagen? Hebt ge het reeds gegrepen, dan wel jaagt ge nog of ge het grijpen mocht? En wat leert dan de ervaring van Gods liefste kinderen? Dit, dat ze eigenlijk eerst van den dag van hun bekeering af, met „Satan zonder masker" te doen kregen; dat eerst van die ure af de satelliten van Satan hun giftige pijlen bepaald op hun hart begonnen te richten, en dat de wereld als een boeleerende vrouw eigenlijk eerst bijzonder sinds dien tijd er werk van is gaan maken, om hun ziel te verleiden. Ja, voeg er maar veilig bij, dat Gods kinderen, eerst na dat Christus de hand aan hen sloeg, recht hebben leeren kennen wat een goddeloos hart ze toch eigenlijk in den boezem met zich omdragen en wat een graf vol doodsbeenderen het van binnen in hun leven
ben
door
het
verlost, ik
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's