Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 105

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 105

3 minuten leestijd

91 er kitnnen

geen zondaren achter Jezus aankomen, of Satan heeft met

begeerd ze te ziften als de tarwe. Of om het Van God gevraagd dat Hij hem die „gezeggen loovigen," die „fijnen," die „vaders in Christus," eens overgeven zou, opdat hij, Satan, ze eens keuren mocht, of dat nu wezenlijk echt goiul bij die fijnen was, dan wel of hij ze als ontdekte huichelaars in het oordeel zou kunnen ontmaskeren. heel zijn duivelsch hart

kraehtiger

nog

te

:

vergeet het niet, broeders, dat staat God de Heere toe. God kan dat niet aan Satan weigeren. Want dan zou Satan zeggen: „Ziet ge wel, de proef durft men niet aan. Heel echt goud zal het dus niet wezen." En dat lijdt Gods eere niet. Als God

En

dat,

God mag.

de Heere zoo echt door de zaligden

dan moet het ook eenmaal gezegd heeft: „Mijn kind!" en wezenlijk en waar wezen, dat al werden we tienmaal diepten van de hel gesleurd, we toch ten leste nog als geen geheiligden zouden ingaan in de eeuwige tabernakelen

des lichts.

dit duivelsche „ziften" ons brengen kan, Want, och, of ge toch de oprechtheden lief kreegt en het maar eerlijk bekennen woudt: innerlijk zijn we nog zoo slecht. Alles vloeit door en brokkelt af. En als \^x is niets geheels aan ons. Satan het maar sluw genoeg aanlegt, o, dan doorleven we telkens van die ijslijke, van die diep verdocmelijke oogenblikken, dat we Satan eigenlijk achterna hinken en dat het ons de grootste moeite kost, om met ons afgekeerd hart den Heere dan toch in het eind nog vast te houden. En nu weet ik wel, dat wie in Jezus zijn, niet uitvallen zullen, en dat hoe Satan Gods echte kinderen ook zift en tusschen zijn vingers wrijft en betast en beziet en schudt en keurt, hun geloof toch niet kan en niet zal ophouden, omdat Jezus voor ons bidt. Maar niHar moet dan de verkiezing ook niet vastgemaakt? Hebt gij er dan niet telkens behoefte aan, om „uit uw werken van uw verkiezing verzekerd te worden?" Pm voer dan door uw ziel, bij zooveel Ben ik ook een geestelijke verdorring, nooit de angstige vraag: huichelaar? Een schij u-heilige? F.en over-orthodox menseh, maar afwerkende van Jezus in plaats van te trekken naar hem toe? Kn ook al moogt ge door de genade daar vrijelijk en met stille kalmte evenals de ook zoo scherp gezifte Job op antwoorden: Dit weet ik, dat mijn Verlosser leeft! dan nog vraag ik: is dan de wasdom in Christus onverschillig? is het dan niet ijslijk, als Satan zich over u groot maakt tegenover den Heere uwen God? Kan het er dan door, dat er in de diepten van Satan telkens een gejuich opgaat dir zotuh' hebben we dien fijnen man, die (jeloochje „ 7'o/ vrouw Witr (jtbracht!" en dat er in den hemel daarboven een be-

Maar de toestand waarin

is

verschrikkelijk.

.

.

.

.

.

:

.

.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 105

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's