Heils termen - pagina 160
150 in deze eerste en meest zuivere beteekenis, valt met en wedergeboorte wel niet volstrekt saam, maar is er toch nauw aan verwant, dan dat we ter verduidelijking beide bete namingen niet een oogeublik verwisselen zouden. „Bekeering" is het veranderen van levensrichting, „Wedergeboorte" het veranderen van levensaard, „Heiliging" het veranderen van levenssfeer, maar hierin loopt elk harer uit, dat ze al te saam een nieuw leven aanduiden, slechts bezien van verschillenden kant. Werking of meewerking zelfs des menschen wordt hierdoor uit den ajird der zaak buitengesloten. Heeft eerst hij kracht en steunsel, die met zijn voet de heilige erve drukt, dan kan er aan geen beweging naar dit heilig terrein gedacht worden bij den zondaar, die van deze erve is afgesneden. Elk streven om de tegengestelde meening ingang te doen vinden, tast in zijn hartader het leven der genade aan, heft de volstrekte scheiding tusschen „zondig en heilig" op, en moet, als zijn loop voleind is, in afval van den Christus Gods de ijdelheid van zijn pogen beweenen. Het zou thans natuurlijk te vér leiden, om alle hiertegen geopperde bedenkingen te weerleggen, en ook op dit punt de onovertrefbare juistheid van richting aan te wijzen, waarin onze Vaderen zich ook opzichtens dit hoogernstig vraagstuk bewogen. Dit eischt afzonderlijke bespreking. Slechts in verband met ons onderwerp zij de opmerking veroorloofd, dat óf de onderscheiding tusschen heilig of zondig verzacht en verwaterd moet worden tot de betrekkelijke tegenstelling van „min en meer goed," óf wel, dat deze onderscheiding geheel „Heilig-en"
bekeering
—
saam Eerst
moet vallen met de tegenstelling: „Buiten of in God." waar dit wordt toegestemd, kan de heiligheid als leven, de
zonde als dood begrepen worden. Van vloek, verderf en verdoemenis, en evenzoo omgekeerd van zegen, behoud en zaligheid, kan in den diepen geestelijken zin der H. Schrift geen sprake meer zijn, tenzij dit onomwonden worde beaamd. Verzwak, met wat goede bedoeling Ook, deze volstrekte tegenstelling tot een betrekkelijk verschil, en geheel deze zielroerende spreekwijs, geheel deze hartaangrijpende terminologie boet haar kern van waarheid in, en gaat onder in een ietwat overprikkeld spraakgebruik, een wel wat overdreven zegstrant, aangepunt en gescherpt ter wille der uitwerking, door den voldie, komen nuchtere toch in oneigenlijken zin moet worden verstaan. Hiermee is natuurlijk niet gezegd, dat vóór de ure der wedergeboorte elke levensbeweging bij den geroepene ondenkbaar zijn zou. Eeeds de natuurlijke levensontplooiing toont aan, dat aan de geboorte de ontvangenis, aan de eerste levenskreet in den dampkring, de levensbeweging in den moederschoot voorafgaat. Sterke nadruk moet dus gelegd worden op die werking Gods, die onze vaderen nimmer nit het oog verloren, en die ze meest en liefst bestempelden met den naam van „de voorkomende" en „de voorbereidende genade Gods."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's