Het heil in ons - pagina 203
193 Niet alsof men eerst Christen zou moeten zijn, om die aandoening van de natuur te ontvangen, De eenige eisch, die gesteld werd, is, dat men zijn menschelijke eigenschappen werken late, de stem van zijn innerlijk wezen het zwijgen niet oplegge, en onbevooroordeeld den indruk opvange, dien de aanraking met de natuur op ons maakt. En. doet men dit, dan getuigt de Kerk van Christus aan elk mensch, dus ook aan den natuurkundige, in zoover hij als mensch wil optreden, dat door die natuur het innerlijk Godsbesef aangedaan, bewogen en versterkt wordt; dat hij zich, nit zondige neiging, geweld aan moet doen, om niet te hooren de stem, die uit het geheel der natuur en de veelzijdigheid dezer verschijnselen ook tot hem spreekt; dat hij zich, zijns ondanks, niet kan ontworstelen aan den indruk van macht en majesteit, van wijsheid en orde, die uit de schepping zich op ons werpt; en dat, mits hij het Godsbesef in zijn gemoed met dien indruk der schepping in verband brenge, de onzienlijke dingen ook op het gelaat der natuur leesbaar worden, die hem spreken van zijn God. Maar evenzeer keert de Kerk van Christus zich tot haar belijders, ze vermanend, om niet uit verkeerd begrepen liefde voor hun God de natuur den rug toe te keeren, alsof men haar ontvlieden moest om zijn God te kunnen dienen; ze waarschuwend, dat zoo willekeurige scheiding op een scheiding tusschen godsvrucht en leven moet uitloopen, die aan den godsdienst zijn werkelijkheid, aan het leven zijn adel moet rooven; en ze dringend om terug te keeren tot de oude paden, die in de zienlijke schepping eeren doen, wat uit dingen die niet gezien zijn, is geworden. Calvijn heeft dit schilderachtig uitgedrukt, toen hij de Heilige Schrift vergeleek bij een bril. Zonder haar kunt ge op de schepping wel turen, maar niet lezen wat in haar letteren geschreven staat. Maar wordt uw oog verscherpt, verhelderd door het instrument der Schrift, dan ontkomen haar letteren aan de verwarring, die u eerst het lezen on-
mogelijk maakt, ge onderscheidt ze, spelt de woorden, verstaat den zin. Let wel. Hij noemt de Heilige Schrift niet ons oog, maar de bril, die het zwakke oog te hulpe komt. Dat oog is er dus, ook al werdt ge nog niet tot de Schrift gebracht, en al is dat oog nog zwak, al is het tot goed lezen nog onbekwaam, hel ontvangt toch indrukken, het bespeurt toch dat er iets geschreven staat, en dat juist is het, wat onze kerk met de natuurlijke Godskennis wil. Van den beginne der schepping aan, dus ook eer de Schrift er was, eer de bijzondere openbaring kwam, werden Gods onzienlijke dingen, zegt Pau lus, uit de schepselen, d. i. uit de natuur, verstaan en doorzien.
Slechts struikele
Zoo en
men
licht verstaan
firmament, III
licht-
niet op het
we daaronder en
woord natuur.
uitsluitend bosch en velden, oceaan
luchtgolving.
Hier
daarentegen
wordt met 13
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's