Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het heil in ons - pagina 82

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het heil in ons - pagina 82

3 minuten leestijd

72

waren de werkingen van den Heiligen Geest krachtiger uitgaande en minder belemmerd, en stond dientengevolge de sneeuwlijn, als we ons zoo mogen uitdrukken, of wil men het peil, het niveau van de heiligheid der Gemeente, merkbaar hooger dan thans. Komen wij nu, te midden van onze beklagenswaarde matheid en dofheid, weer iets van die glinsteringen en schitteringen van het werk des Heeren op het historieblad te lezen, dan spreekt het immers vanzelf, dat de ziel er opspringt in ons binnenste; dat er iets in ons watertandt, of een toestand ook tot ons mocht inkeeren; en dat we uit onze donkerheid in zooveel heerlijker lichtglans turende, o, zoo spoedig denken gaan, dat er van dien glans tot de glansen des hemels schier geen afstand meer bestaat. En evenzoo nu kon het ons ten slotte ook in onzen eigen levenstoestand gebeuren, dat er, door een wondere inwerking van Gods vrij machtige genade, schier plotseling; zoo onverhoeds, zoo nauwelijks meer ingewacht; toen we, toch geen gehoor vindende, reeds verstomd waren in onze gebeden; zulk een lossnijden van de banden van Sathan, zulk een ontbinden van de strikken der zonde, zulk een bewateren van den uitgedroogden hof, zulk een overgieten met versche olie, zulk een aangrijpen en wakkerschudden van de ingezonken, versufte en dof geworden ziel in ons openbaar wierd, d9,t het ons was of we opeens een salto vitale, een levenssprong uit den kuil zonder water naar de oevers van de Godsrivier hadden gedaan, en ons niet anders konden inbeelden, of zaliger kon het nooit worden. Nóg verder, nóg hooger komen, neen dat nooit! Gemeenlijk zelfs wordt men van dit viervoudig gezichtsbedrog op éénmaal het slachtoffer. Men komt in aanraking met een godzaliger dan wij zelven zijn; hoort door hem van kringen die geestelijk hooger staan dan onze eigen omgeving; begroet daarin weer iets van die machtiger Geestes werking uit de beste tijden der Kerk en wordt onder en bij dat alles zélf zoo sterk door den Geest bewerkt, dat het aan een opwaken uit de sluimering toekomt. Maar nu dreigt dan ook het gevaar. Het gevaar dat men in dien begenadigde wel voor zijn godzaligheid, maar niet voor zijn onzalige zonden; bij dien kring wel voor haar licht, maar niet voor haar schad}iwz\]diQ het oog opent van dat glorietijdperk der Gemeente in de Hervormingsdagen wel de glorie maar niet de schande ziet; en zoo ook in zijn eigen geestelijk leven wel een verkwikking kent door nieuwe geestelijke gaven, maar tegen de nieuwe, juist daarmee gekomen verleiding niet waakt. Welnu, staat het zóó, dan ligt ook hier naast de heiligste hoogtepunten de diepste afgrond, en is Sathan op zijn post om u nogmaals uw eigen arglistigheid als een strop om de ziel te slaan. Hij verleidt u daü, om die indrukken, die ontvangen gewaarwordingen, die ziels-ervaringen als fundament voor uw geestelijk huis

ons

bij

zulk

;

;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

Het heil in ons - pagina 82

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's