Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De leer der Verbonden - pagina 93

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De leer der Verbonden - pagina 93

3 minuten leestijd

83 een opzettelijk tusschen beide treden van den hoogen God zou laten verklaren. Dan toch had men alleen te denken aan de inspraak van het nog onbevlekte bewustzijn in den naar Gods beeld geschapen mensch. Maar door het proefgebod vervalt dit te eenen male. Er bestaat toch geen mogelijkheid, dat Adam en Eva ooit uit zichzelf tot de wetenschap zouden gekomen zijn: „Zie, aan het eten van dien boom hangt de dood!" Dat kon niet. hun dat kenbaar temaken, moest God de Heere dus wel opzettelijk tusschen beide komen, zich op bijzondere wijze aan hen openbaren, en hun op een wondere

Om

manier zijn wil mededeelen. Dat er een opzettelijke onderhandeling met Adam plaats greep, staat dus vast. Zien we thans van wat aard die tusschen God en

Adam

verhandelde zaak was. Adam een speciaal gebod opgelegd. Een gebod dat niet uit de natuur der dingen volgde, en dus niet uit de ingeschapen zedewet te verklaren is. Hier dient op gelet. Immers men kan geen overeenkomst sluiten, indien men daarbij slechts datgene als verplichting op zich neemt, wat reeds als verplichting bestond. Maar in Adams geval was dit dan ook niet zoo. Het proefgebod is een gansch wilkeurig gebod, dat met den val verviel, en voor ons niet meer van kracht is. Heeds om de eenvoudige reden, dat niemand den boom der kennisse meer zou kunnen aanwijzen. Maar ook ten andere, overmits dit proefgebod op tweeërlei wijze in verband wordt gebracht met de ingeschapen zedewet. In de eerste plaats, doordien het er op steunt. Ging de zedewet niet vooraf, en weerklonk het: „Gij zult den Heere uwen God liefhebben met heel uw ziel", niet vooraf in Adams gemoed, dan zou onderwerping aan het proefgebod geen zin hebben gehad, en de grondslag voor het „Gij zult daarvan niet eten !" hebben ontbroken. Het proefgebod onderstelt dus wel terdege de zedewet, staat er rechtstreeks meê in verband, en is niets dan een gespecialiseerde uiting er van. Maar ook ten tweede brengt de „iDoom der kennisse des goeds en des kwaads" ons met de ingeschapen zedewet in rechtstreeksch contact. Die woorden „kennisse des goeds en des kwaads" onderstellen toch, dat er goed en kwaad te onderkennen viel. Het kon dus niet anders, of de zedelijke norma moest reeds in hen zijn gelegd, maar zonder nog tot die onderscheiding te zijn gekomen die slechts de zielservaring mogelijk maakt. Juist het proefgebod moest dus strekken, om hun zielsverhouding tegenover de zedewet te bepalen. Vielen ze niet, dan zou zelfs de wetenschap der zonde nooit in hen ontwaakt zijn. Maar ook vielen ze wel, dan zou de tegenstelling tusschen licht en schaduw, door zelfaanmatiging, van den boozen kant in hun hart opgaan. Er blijkt alzoo overtuigend, niet alleen dat er een bijzondere onderhandeling tusschen God en Adam plaats greep, maar ook dat bij deze handeling aan Adam een speciale verplichting is op-

Er werd

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's

De leer der Verbonden - pagina 93

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's