Heils termen - pagina 109
99
Sacrament des Doops als bezegeling der lieiliging in Christus. de hooge waarde voorbij, die het Genade-verbond ook thans nog voor den geloovige bezit. Ze doet te kort aan den innerlijken samenhang, die, in de diepte der dingen, tusschen stof en geest, tusschen lichaam en ziel bestaat. Kortom, ze is mede een dier onrijpe vruchten, die gegroeid zijn op dien wortel der oppervlakkigheid, die door het tegen-Schriftuurlijk spiritualisme zoolang als de wortel van alle wijsheid werd begroet. Er moet dus een andere verklaring gezocht worden, een verklaring die aan den dubbelen eisch beantwoordt, dat ze zelve aan de Schrift ontleend is, en elk Schriftuurlijk gebruik van het woord „heiligen" uit éénzelfde gronddenkbeeld verklaart. Er is in de Schrift sprake van heiligen als een daad Gods en van heiligen als een daad des mensclien. „üe God des v redes zelf heilige u geheel en al." (1 Thess. Y 23). Hier is het heiligen een daad Gods. „Heiligt God den Heer e in uw harten." Petr. in (1 15), wordt blijkbaar geëischt als een daad des men-
van Ze
liet
ziet
:
:
schen.
Er
wordt
in de Schrift onderscheiden tusschen heiligen in theoheiligen in ze de lij ken zin. „Heiligt mij alle eerstgeboornen" (Ex. XIII 2), dus theocratisch. En wederom: „Zijt heilig, want Ik ben heilig," wat, als tot het theocratisch-
cratischen en
:
heilig volk
Men monie,
gezegd, slechts in zedelij ken zin kan worden opgevat. in de Schrift van heiligen, als bloot uitwendige cere-
leest
en evenzoo wordt het
als
ontzettende daad des oordeels voor-
„Zalf den tabernakel en heilig hem" (Lev. III 10) waar aan niets dan een ceremonie kan gedacht worden. Daarentegen „toen heiligden zij Kedes in Galilea." (Joz. XX 7), waarvan gesteld.
:
:
de Schrift zelve getuigt, dat het als verwoesting en uitroeijing van deze stad der Kanaaniten is te verstaan. Eenerzij ds eindelijk meldt de Schrift, van de heiliging in Christus als een daad die geheel volbracht is, maar ook anderzijds van een heiliging in zijn gemeenschap, die nog steeds wordend, eerst in de voleinding der dingen haar voltooiing zal tegengaan. „In welken
geheiligd zijn." (Hebr. X En omgekeerd: „Die heilig worde," dus een ontwikkelingsproces, wil
wij
:
bracht.
Welnu,
deze
zoo
verschillende
10). is,
Hier
dat
is
hij
de heiliging vol-
nog geheiligd
dat zijn voleinding
nog
beidt.
en schijnbaar strijdende uitspraken
der Schrift moeten onder één gezichtspunt worden saamgevat. Aan de des Bijbels zelven moet die diepe grondbeteekenis van het „heiligen" worden opgespoord, die ons den wortel aanwijst, waaraan deze uiteenloopende zegswijzen heur oorsprong danken. En dan eerst zullen we zeggen kunnen, dat het Schriftdenkbeeld van „heiligen" ons doorzichtig is geworden, zoo elke strijd en tegenstelling, zelfs tusschen de theocratische en zedelijke heiliging, geheel vervalt.
hand
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's