Honig uit den rotssteen - pagina 261
!
247 opeens versteend en als genageld aan den grond, dat hij het machteloos aanziet en het schijnbaar machteloos lam vrij van voor hem uitwandelt; door niets beschut dan door het woord van zijn God; maar in dat woord gedekt door een rondas en een beukelaar.
Zie,
de inleidingen in de diepere wegen
Eerst
van
lieverlee
gaan
we
komen
niet opeens.
in zielsgevaren, naarmate er bestand
kwam om
te weerstaan. Geloo fshestand. Anders niet. Eerst de riemen leeren uitslaan in den vijver achter het huis. Dan En dan eerst leeren roeien in de vaart door andere schuiten heen. tot ge eindelijk van lieverlee u gewaagd op de onstuimige baren ;
De golven overspoelen mijn ziel en de baren Gods roepen leert gaan over mij heen! Zoo is er geloofsoefening. Geloofsoefening in den zin dat God het is die ons oefent in den geloove, en dat wij daarmee oefening krijgen. En zoo nu ook gaat het met „het lammeke van binnen" naar den wolf toe. Niet opeens. Neen, eerst oefent de Heere ons dan met de honden. „Want honden hebben mij omsingeld, roept David in Psalm 33 17, een vergadering der boosdoeners heeft mij omgeven!" Dan gaat het nog niet van man op man met Satan. Dan is het nog niet met de geestelijke boosheden in de lucht. Neen, dan gaat het nog met vleesch en bloed, d. w. z. met menschelijke personen. Personen die wel lust hebben om ons te bijten en zeer te doen, maar die het er toch niet op toeleggen, om ons te verslinden. Personen, die gelijk de herdershond straks weer naast de schapen gaat neerliggen, zoo ook, na ons gegriefd en geschrampt en geschrijnd te hebben, we'er heel lief voor ons zijn en met ons zich nedervlijen. Dat is dan de eerste geloofsbeproeving. Nog niet diep, nog weinig geestelijk. Maar toch oefenend. Want ook die bitterheid van menschen leert naar den Herder gaan. :
:
Maar dan
gaat het verder. Al verder. Tot eindelijk de zielewolf gezien wordt, en een kijk in zijn bloedzoekend oog is als een blik in de diepte van Satan. zelf
Dat
verplet.
Dan kan het lam haast niet meer weg. Het En al zijn roepen is o, Jezus, mijn Herder En o, dan is het zulk een heel ander naar
zinkt als in den grond.
:
.Tezus
dringen en zich
klemmen, dan toen de schaapshond beet. Toen ging het om geen pijn, maar nu gaat het om het
aan
.Tezus
leven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's