Dat de genade particulier is - pagina 167
157 oudere
uitleggers
Kemp, En dan
der
van
den
Catechismus,
zelfs
een Vermeer en Van
blijkbaar verzuimden Ursinus' schriften
na
te slaan.
opgemerkt, dat de Arminianen vanouds zeer wel hebben gevoeld dat de woorden van den Catechismus niet op hun hand waren, en ze daarom hebben vervalscht. Immers een man als Hugo de Groot, die anderen in het verbeteren van onzuivere teksten voorging, ontzag zich niet in zijn apalogie p. 182 de woorden van den Catechismus aldus te citeeren: „dat Christus de zondeti heeft gedragen van het gansche menschelijk geslacht.^* En indien er dat stond, ja natuurlijk, dan stond voor ons de zaak zij
allereerst
hachelijk.
Maar zie, in dat citaat zijn niet minder dan twee verschrijvingen voor één. Ursinus toch schreef: 1. 7iiet dat Christus „de zonden" van het gansche menschelijk geslacht gedragen had, maar wel den toorn Gods er tegen; en 2. niet dat hij den toorn Gods tegen de zonDEN van het gansche menschelijk geslacht gedragen had, maar wel tegen de zonDE. En nu weten we wel dat Datheen zelfs de fout beging om zonDE in ZOUDEN te veranderen, maar Datheen was alles behalve een scherp onderscheider, en zoo uit den echten Duitschen tekst, als uit de Latijnsche vertaling in Ursini opera ornnia, I. 167a, staat thans boven alle verdenking vast dat Ursinus niet zouden, maar zoude heeft bedoeld
^).
hiermee valt dus eigenlijk het beroep op deze uitdrukking. Maar om aan alle tegenspraak een einde te maken, willen we toch nog én uit den Catechismus én uit Ursinus' verdere schriften kortedat zij die dit Catechismuswoord anders uitleggen, lijk aantoonen, onwetenschappelijk te werk gaan en in strijd met de waarheid ge-
Eeeds
tuigen.
Wat nu den Catechismus
zelven aangaat, zoo blijkt dit aanstonds
antwoord op de 37e vraag. Waartoe toch zegt Ursinus, in antwoord 37, dat Christus den toorn Gods tegen de zonde van het gansche menschelijk geslacht gedragen heeft? Velgens onze tegensprekers, niet waar, moest dit zijn: „opdat hij nu ook het gansche menschelijk geslacht van de verdoemenis ver-
uit het eigen
lossen mocht.
Maar
juist antwoordt Ursinus niet. Integendeel, hij zegt uit„opdat hij ons lijf en ziel van de eeuwige verdoemenis verloste, en ons genade enz. verwierve." Wie zijn nu die „ons" in den Heidelberger ? Immers zij die met 54 belijden kunnen: dat Christus zich „uit den ganschen menvr.
dat
drukkelijk:
1)
„Adversus peccaiUM universi generis humani."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's