Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De leer der Verbonden - pagina 144

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De leer der Verbonden - pagina 144

3 minuten leestijd

134

God

belasteren dorst, en zijn wet braken, en zijn trouw schonden en Hem stelden als waren we zei ven goden geweest, wat dunkt u, zou God de Heere toen wreed hebben gehandeld, indien

ons

tegen

stil in ons met eigen hand gegrepen verderf had laten liggen, de landman bij den kalen vijgeboom had gesproken: „Ik heh hem omgraven; ik heh mest bij zijn wortel aangelegd; ik heh hem besproeid met malsche droppen; en nu zie, vrucht wil hij niet dragen, eer wondt en rijt hij mij de hand met zijn doornen op. Zoo kome dan de bijl en splijte zijn wortel; en de boom valle, valle eeuwiglijk, die niet bloeien wil tot mijn eer!" Dat onze ziel toch eindelijk, eindelijk eens eerlijk met haar God wou handelen! Of moet dan ieder onder menschen het recht hebben, om van u te eischen wat hem toekomt, en moet de Heere onze God alleen de rechtelooze voor ons blijven, van wien we alles vergen, alles vorderen durven, en van wien we, zoo Hij maar iets van onze begeerte wilde onbevredigd laten, dan nog aanstonds zeggen durven, dat Hij onrechtvaardig is en dat er wreedheid is in zijn bestel? Zie, heel de wereld ligt voor God verdoemelijk allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods; ja, een iegelijk heeft zelf persoonlijk gedaan, wat Adam in het paradijs deed; en als God de Heere nu na dit schrikkelijke nog genade uitdenkt en nog wegen van barmhartigheid uitvindt, maar er is een tegenhoudende oorzaak, welke dan ook, die belet, dat ieder hoofd voor hoofd, van die barmhartigheden de eeuwige vrucht trekke, zie dan is heel de wereld, en zelfs nog een deel van Jezus' gemeente, ja, meer dan één der persoonlijk verlosten, er haastig bij en aanstonds gereed om nu driestweg te verklaren: „Dat mag niet, dat zou liefdeloos van God zijn; om zich als de eeuwige liefde voor mij te kunnen handhaven en te rechtvaardigen, durf ik in mijn vermetelheid aan dien Vader van alle

Hij ons

en

als

;

barmhartigheden

den

eisch

stellen,

dat

zijn

genade aller

zij

en er

niemand zij, tot wien de eeuwige reddingsdaad niet zou komen !" Welnu, dat ondankbare en verwatene komt eenvoudig daar vandaan dat ons uitgangspunt valsch wordt genomen, en dat we over onze verhouding met den heiligen God pas van het oogenblik af beginnen te denken, dat we als zondaars geboren werden. En dan, het spreekt vanzelf, dan kan ons hart ook met niets minder dan met aller volkomene zaligheid vrede hebben, en ware het denkbeeld, dat er ook maar één buiten viel, met de hooge gedachte van Gods eeuwige Liefde strijdig en onvereenigbaar. Maar dat standpunt is valsch. God schiep den mensch 7iiet als „zondaar", maar heilig. God dreef den mensch niet in de zonde, maar sterkte hem door het Verbond van zijn trouw; ja, reeds eer hij viel, was de mensch Gods schuldenaar. Schuldenaar voor zijn aanzijn; schuldenaar voor zijn geestcs-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's

De leer der Verbonden - pagina 144

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's