Heils termen - pagina 107
97 deze raadselach.tige uitdrukking. Eu moclit iemand wanen, dat der weetgrage nieuwsgierigheid hierdoor bevrediging bereid wierd, hem wijzen we op den onmiddellij ken samenhang, die tussehen het recht verstand van dit woord en de zedelijke zijde van 's Christens leven bestaat. Dusver was men steeds gewoon de beide begrippen van heiliging zóó te onderscheiden, dat men het heiligen in theocratischen zin en het „heiligen" in zedelij ken zin, en wel als verschillende en uiteenloopende begrippen naast elkaar plaatste, maar dan ook de klove tussehen beiden zoo diep en zoo breed nam, dat ten slotte niets dan de eenheid in klank bleef, zonder dat de eenheid der gedachte ons ook maar het zwakste schijnsel liet doorschemeren. Dit nu scheen ons een dwaling. Vooral in de heilige openbaring
op
slechts
Gods loopen alle wegen en gangen door. Het gebrekkige van onze menschelijke taal mag op den gedachtengang der Schrift geen storenden invloed oefenen, en we kunnen er zeker van zijn, dat er nog een ondoorziene diepte onder het Woord schuilt, zoolang het der Schriftuitlegging nog niet gelukt is, de schijnbaar uiteenloopende begrippen, die met éénzelfden klank worden aangeduid, terug te brengen tot éénzelfden wortel. Ook de beide begrippen van „heiligen" mogen dus op den duur niet zonder wederzijdsch verband naast elkaar blijven staan. We dingen op de juistheid der onderscheiding: heiligen in theo-
cratischen en heiligen in zedelijken dat men het Schriftonderzoek niet stake,
af, maar eischen, brug gelegd is, die
zin niets eer de
van het ééne begrip naar het andere overleidt. Er is een heiligen in theocratischen zin. D. w. z. er wordt in de Schrift gedurig van „heiligen" gesproken als van een daad, waardoor men overgebracht wordt op het terrein, overgeleid wordt in de sfeer, die door Jehovah, Israëls Koning, in volstrekten zin beheerscht wordt. Zoo heet het, dat Israël zelf, hoezeer ook met zonden bevlekt, nochtans „geheiligd" is, wijl het afgezonderd is voor den dienst onzes Gods.
Maar ook, er is een heiligen in zedelijken zin. Hiermee bedoelen we, een heiligen, dat op goed en kwaad, op zonde en deugd betrekking heeft, zijn kracht oefent op het gebied des zedelijken levens, en reeds daarom met het „heiligen" in theocratischen zin niet saam kan vallen, wijl tot het theocratisch heilige volk telkens de roepstemme: „Zijt heilig, want Ik ben heilig," uitgaat. Toch moet tussehen beiden een diepliggend verband bestaan.
De Theocratie
of
Godsregeering
zedelijken aard. Juist hierin zelf
in Israël was van politiekwas de godsdienst der openbaring alle
andere
godsdiensten overtreffend, dat niet het majestueus-machtige, niet het boeiend-schoone, niet het diepzinnig- wij ze, maar het zedelijk
goede
voor
Israël
als
het
hoogste
heilgoed
gold.
Zijn Theocratie
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's