De leer der Verbonden - pagina 94
!^
84 die in rechtstreeksch verband stond met de Wet der werken. In de derde plaats wordt Adam tot de onderhouding van het proefgebod aangemoedigd door het vooruitzicht van een hoog loon, en van de overtreding afgemaand door de bedreiging met de ontzettendste aller straffen. Bij overtreding zal hij den dood sterveti, dus onderhouding het eeuwige leven hebben. Stel toch, er ware geen bij proefgebod gekomen, en de mensch hadde alzoo zijn statiottair zedelijk bestaan voortgezet, dan zou er geen dood (zoomin tijdelijke als eeuwige) tusschen beide zijn getreden, maar de dan zondelooze mensch eenvoudig zijn blijven voortleven. Van een „gewoon voortleven" kan dus het loon geen sprake zijn, eenvoudig overmits iets te ontvangen bij wat men toch krijgen zou geen loon is. Het loon moet een meerder En alzoo blijkt ten iets zijn; een iets dat men anders zou derven. duidelijkste, dat de bedreigde straf op den eeuwigen dood, en het voorgespiegelde loon op een hooger, rijker leven zag. Wil men tegenwenden, dat God de Heere toch als Schepper dit ook buiten zijn toestemming, alzoo met majesteit alles den mensch, kon opleggen, dan ontkennen we dit allerminst niet, mits men dan ook rekene met de gevolgen. Dan toch komt de zaak zoo te staan, dat we klagen konden „Had God de Heere het nu bij de ingeschapen zedewet maar gelaten, hoeveel heerlijker zou dit voor ons menschen niet geweest zijn. Het is zoo, we zouden dan niet tot dat rijkere, hoogere leven gekomen zijn, dat nog verre boven het paradijs uit gaat. Maar daar staat tegenover, dat dan allen zonder lijden, zonder wroeging, zonder dood, de stille genieting van het paradijs zouden gesmaakt hebben, terwijl nu tegenover dit hoogere, rijkere leven van de uitverkorenen toch immers de uitverdrieërlei staat, en wel: l''. de smart en wroeging die bij korenen zelven aan hun vreugde voorafgaat; 2". de hel der verlorenen; en 3. het lijden van den Zone Gods en zijn schrikkelijke
gelegd,
:
benauwdheden." Is nu de keus tusschen die twee aan den mensch zelf voorgesteld, en heeft de menschheid zelf in haar stamvader voor dat hooge ideaal, op gevaar af van die schrikkelijke mogelijkheid, willens en wetens gekozen, natuurlijk dan is God gerechtvaardigd, en ontbreekt ons althans elk recht, om tegen dit bestel in te gaan. Maar verwerpt men het Verbond, en stelt men.het dus voor, alsof dit den mensch alzoo uit dwang nit hoogheid^ op is gelegd, hoe dan uit de ziel de tegenbedenking te bannen: „Waarom, waarom niet het minder gevaarlijke over ons beschikt Wat lager ideaal, maar dan ook zooveel minder eeuwige smart!" Blijft dus nu ten slotte nog alleen de gewichtige vraag: of Adam, op deze hoog ernstige bedingen deze zooveel heerlijker mogelijkheid metterdaad aanvaard heeft. Hierop nu antwoorden we: 1. dat een verbond tusschen God en den mensch nooit op gelijken voet staat met een verbond tusschen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's