Honig uit den rotssteen - pagina 301
387 bloede het omgekeerde. Bij al wat voorkomt, vragen de kinderen in zulk een gezin, of vader het wel goed zou vinden, of het niet tegen vaders geest in zou gaan. En soms zelfs strekt die teedere aanhankelijkheid zich zóó ver uit, dat men nog jaren na vaders dood vragen hoort: „Zou vader dat zoo wel hebben goedgekeurd!" Nu faalt natuurlijk elke vergelijking tusschen den hoogst onvolkomenen, zij het ook besten, vader op aarde en dien Eenige, aan wien eigenlijk alleen de heerlijke heilige Vadernaam toekomt. Maar dit tast, dit voelt dan toch een ieder; al wie uit Gods kinderen aan
dien "Vader in de hemelen minder eere, minder trouw en minder aanhankelijkheid bewijst, dan een kind van den bloede aan zijn aardschen vader, die staat niet goed, die is niet recht geaard, die kan zijn oneerbiedigen omgang met het heiligste en hoogste Wezen voor God noch voor menschen verantwoorden. Vroeger liep dat onder Gods vrome volk dan ook op verre na zoo erg niet.
werd toen nauwer geleefd. Er kon niet zoo vee' mee door. had geen rust of duur, eer men wist dat men „in den weg" was. En onder dat „in den weg" zijn verstond men niet, gelijk thans, een soort onmiddellijke ingeving, maar iets veel diepers en gezonders. Men stond namelijk in de vaste overtuiging, dat God de Heere dat er in zijn raad een verordening over ons aller lot bepaald had en dat dus de weg, dien we van de wieg onze personen bestond af tot aan het graf toe hadden af te loopen, door God den Heere voor ons was afgebakend. Van stap tot stap voortgaande wenschte men op dien grond bewaard te blijven voor het eigendunkelijke van een zelf gekozen pad, en werd men innerlijk verteerd van verlangen, om zoo als aan den toom te worden voortgeleid, dat onze voeten steeds mochten gevonden worden, staande op den weg dien onze trouwe Vader voor ons bepaald had. Hiermee is nu niet gezegd, dat dit er thans geheel en al uit is. Integendeel, bij ernstige levenskeuzen hoort men ook nu nog gewagen van biddend overleg, en komt men ook nu nog zielsuitingen te beluisteren, die een heftige worsteling der ziele verraden, met geen ander begeeren, dan om kennisse te erlangen van 's Heeren wil. Er
Men
;
:
En
toch, al schijnt dit hetzelfde
Wat men thans daaronder
om
met vroeger, het
is
hetzelfde niet.
verstaat is veel te veel een poging,
om
op bijzondere wijze een mededeeling te verkrijgen omtrent hetgeen bepaald staat in Gods verborgen wil. Men moet kiezen, en er is geen doorslag in de ziel, geen beslistheid van toon in de overweging, geen overheerschende veerkracht in den wil. Toch moet men óf links óf rechts gaan. En nu zou men, o, zoo innig graag willen, dat het God den Heere believen mocht, ons langs bijzonderen weg een vingerwijzing te geven die in onze plaats en voor ons tusschen links en rechts koos. plotseling,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's