Honig uit den rotssteen - pagina 284
;
370 daren zijn, de één een hoogmoedige zondaar is en de andere een ootmoedige zondaar. Tegenover de „hoogmoedigen" stelt Maleachi in het volgende vers die zondaren „die den naam van God vreezen." Die nu hoogmoedig Die vreezen voor hun ei'^en naam, zijn, die vreezen dien naam niet. en willen voor den naam van God niet bukken. God dienen willen ze wel, mits die God Almachtig door een hoog hart wil bediend en gediend zijn. Mits zij zich mogen ophouden. Mits God de Heere hun niet toeroept: „Gij zijt zoo diep verdorven, maar Ik zal mij uwer erbarmen." Mits hun ik er niet aan hoeft. Mits er niet gedrongen wordt op een gebroken hart, en een verdagi^n geest verre van ben kan blijven. Neen, ze zijn zoo at'keerig van den hemel niet. Ze willen naar den hemel wel toe. Ze hebben voor dien hemel nog wel wat over. Mits ze dien hemel met een hooge borst kunnen ingaan, en dat „nauwe poortje" eerst worde weggebroken. En dat nu juist wil God de Heere niet. „Eerst zult ge dat schriklijk hoogmoedige ik Hij blijft eischen !" breken Daar staat de Heere op, omdat Hij God is. Daar wijkt Hij niet van af. Daar zal geen tittel of jota van vallen. Dat moet. En niet één enkele ziel is ooit zalig geworden, die tot dat knakken van zijn :
ik niet
gekomen
is.
Laat er ik weet niet wat voor zonde voor uw rekening liggen draag een hart met u om, waarvan ge in de eenzaamheid getuigen moet, dat er eigenlijk alle boosheid in huist, o, daarom zult ge niet verloren gaan; want er is een bloed van Jezus, en dat bloed reinigt van alle zonden; mits .... en daar hangt het eeniglijk aan, mits het hooge, harde, stugge ik voor God maar om en naar beneden gaat. Niet op de lippen, maar van binnen. Niet dat menschen het van u gelooven, maar dat de ^4/wetende het van u weet. Maar ook omgekeerd, al waart ge bijna een engel gelijk in vriendelijken zin en trouwe plichtsbetrachting en ingetogen levenswijs, ja spraakt ge eiken dag over den Heere, en al schortte er aan uw al rechtzinnig belijden geen stroospier, ja, al gaaft ge uw lichaam over om verbrand te worden, het zal u alles niets baten, en ge zult er geen stroobreed nader om aan den hemel zijn, indien en joolang dat alles van het hooge hart af wordt gewerkt en het ik niet aan het kruis gaat, niet sterft, niet geknakt wordt, niet te morzel gaat onder het Woord.
Ik kost
weet het
krijgen.
wel, o,
er
zooveel
Terwijl
de
is
verschil.
om ander
een
De ééne ootmoedig
van stuggen aard. Dien woord over zijn lippen te
is
er zijn zoete stille taal
als
uit laat leken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's