Het heil in ons - pagina 155
146 voor wat leniger en buigzamer gevoel te wijken, dan gaat het daarom niet opeens op een draf. Och, dan tobt het nog zoo lang en duurt het nog zoo lang, eer het
nog
allengs iets vrijer en iets lichter gaat.
Eerst is men al blij, indien de ligstoel het bed kan ver rangen dan indien het op dien stoel van liggen tot zitten komt om voorts, o, zoo zachtkens aan, steunend en leunend en krukkend, nog halfgebogen en overvoorzichtig voetje voor voetje van het eene eind der kamer naar het andere te komen. En dan vordert het ja, en komt men vooruit en verder, maar dat aanvankelijk genezen zijn en geheel verlost te huppelen langs de velden twee zijn, o, mijn lezer, dat leert ook die genezen lijder dan nog zoo lang en zoo droef. En zoo nu ook staat het met „de geboden Gods" zegt Johannes. Bij wat is gelijk het uit God geboren werd, hooren zijn geboden, daar passen ze bij, daar gaan ze even vanzelf als het loopen, daar zijn ze niet zwaar. Zwaar werden ze eerst door onzen val, door ons bederf, door onze zonde. Zwaar blijven ze ook voor ons nog slechts door „de wereld" waarin we zijn en leven en waarin we verstrengeld liggen. Maar, houdt goeden moed. Die wereld is zwakker dan wat in u uit God geboren werd, en daarom die wereld legt het voor u af. Gij overwint haar. En dit is de overwinning die van den aanbeginne die macht der wereld overwon uw geloof. Altijd dus weer dezelfde slotsom. Geen moeite, geen kommer, geen zonde zelfs geen overtreding noch zoo dikwijls ge gelooft. voor zoover en struikeling indien Alles voor u volbracht op Golgotha. Alles in u volbracht door den Geest des Heeren. Gij wandelend in goede werken die voor u bereid zijn. Maar of en in hoever en onder wat opzicht dit werkelijkheid bij ;
;
:
;
.
ons
is;
.
.
.
.
.
.
eeniglijk aan ons geloof
.
.
hangend!
Aan ons geloof! Ons geloof, waarvan de
besten klagen dat het o, telkens ingezonken, zoo soms geheel weg is.
nog zoo zwak, zoo
En daarom, gij drijvers der uw geloof elk oogenblik,
volmaakbaarheid, kunt ge waar maken, aldoor, steeds er is, en gaaf en geheel oprecht en in al zijn oneindige diepte volkomen is, o, gewisselijk dan uw pleit gewonnen, dan zijt ge volmaakt en zult geen last des is gebods meer voelen. Maar moet ge zelf erkennen: Neen, zoo vol, zoo krachtig, zoo aldoor werkt het niet; er is een ebben en vloeien, en ook zonder och, staakt dan vrij dat een klimmen tot al hooger volmaaktheid, uw machteloos pogen om met de Schrift er door te komen. Die Schrift weet van niets dan een „geloof alleenlijk," en eischt, óók voor dat [gelooven de zal er volmaaktheid schitteren kunnen, geheel volgemeten maat. dat
—
III
10
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's