Honig uit den rotssteen - pagina 289
;
375
En dat nu juist maakt, dat harmonie hier reeds te zoeken, verloochening van het kruis van Christus is. Ge kunt hier op aarde niet tegelijk van binnen en buiten sierlijk zijn. Pat moest wel zoo wezen en dat zal ook eens zoo worden maar dat komt niet en kan niet komen vóór den dood. Een kind van God schittert bij zijn Vader daarboven. Op aarde doolt hij nog als pelgrim om. Er is hier strijd, tegenstelling, ten leste volstrekte uitsluiting. Voor één van beide moet gij bestaan, leven, werken, denken voor het zichtbare of voor het onzichtbare; voor den schijn of voor het voor van binnen of voor van buiten voor nu of voor dan wezen voor wat snel voorbijrent en wegschiet of voor wat bestand heeft en duurt en niet vergaan kan. Voor menschen buiten Christus nu is al dat zichtbare kostelijk. Hen boeit wat voor oogen is. Boeit, wat in kleedij en sieraad u meer en beter doet schijnen, dan ge, ontdaan van dien opschik zijn zoudt. Ook wat in ophef en grootheid van woorden en vertoon van vroomheid u meer indruk laat maken, dan uw leege, holle persoon anders invloed oefenen zou. Altoos een besef: „Zooals ik ben, ben ik te min, nu zal ik mij door iets, wat dan ook, kleed, of taal, of vroom gebaar een meerderen schijn geven." En dat duurt, tot óf de pronkerij in kleed of woord of vroomheid u af wordt gerukt, óf tot de dood komt, en de dood u, zonder dien opschik, in al uw minheid, meetrekt naar onder den grond. Maar voor God is het vlak omgekeerd. Voor den Heere uw God is die pronkerij in kleed en gouden siersel, is die opgeblazenheid in levenstoon en vertoon van schijnheilige vroomheid, niet in waarde maar gevloekt. ;
;
:
;
;
Ge komt
er
meê om.
daarentegen heeft waardij en voor Hem is kostelijk, wat van binnen aankleedt, en de ziel inwendig versiert, en den levenstoon van binnen zuivert, en echt vroom in het schuilend ik der ziele maakt. „Het versiersel van een zachtmoedigen en stillen geest, die kostelijk voor God is!" Bij
Hem
in de natuur toont dat u het kerf stooft. l):in heeft de almogende God de keurige leiboomen weer met geurig ooft behangen. Ziedaar dien prachtigen perzik eens! En ge plukt hem, en ge wilt u vergasten aan zoo edele vrucht! Maar lust nu ook de schel u soms, die prachtig fluweelachtige, blozend getinte schil? Reeds zie ik, hoe ge u haast er die af te pellen en die van u te werpen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's