Honig uit den rotssteen - pagina 252
238
nu
mij ligt, was ik wel hoorde ik wel naar zijn stemme, maar het was de zalige, heerlijke ruste nog niet. Het was nog een vermoeiend en uitputtend staan; een staan al den dag en al de dagen; een staan alle dagen om te dienen, dezelfde slachtotters dikwijls otterende die de zonde nimmermeer kunnen verzoenen. D. w. z. het was nog zoo het Roomsche om de offerande Christi eiken dag geldend te willen maken door onze daad; hetzij door een daad des berouws of een daad der toewijding of een daad der smeekinge. Wel een erkennen: „Christi otter doet het;" maar dat otter Christi en dat moet ik, daar moet ik iets, daar moet dan toch gerealiseerd moet ik veel voor doen. Alle dagen weer: „o God, ik heb gezondigd!" en alle dagen weer: „o God, ik wil mij zelf verloochenen!" en weer: „o God, scheld mij mijn zonden kwijt." Onrust alle dagen dus! Nog altijd gejaagd als de ree op de bergen. Nog niet den eeuwigen Sabbat aangevangen in dit leven! Terwijl dit alles nu, zoodra het God den Heere belieft, ons ook voor ons zielsbewustzijn door de diepten heen te brengen, en dus bewust in Christus in te planten, en het ons alzoo geschonken wordt, ingeplant in hem, als bezitters van eeuwigen vrede voor God te jubelen, o, zoo geheel anders komt Ja,
ook
in
dat
bleef
priester,
ik
eerste
wel
tijdvak
in
zijn
dat
tempel,
achter
en
;
te staan.
Want dan is ik weg, en is er niets meer dan Jezus; in Jezus verzonken heel de ziel. Dan wordt er niet gevraagd wat deed ik, maar wat deed hij. En hij, o, hij heeft éénmaal, ééne ott'erande, één slachtott'er voor de zonde geotterd, en na die ééne ott'erande die volkomen genoegzaam was, is er ook niets meer te doen, en zit hij nu in heilige majesteit in den troon des Eeuwigen, en wacht nu in stille ruste, tot al zijn vijanden zullen gezet worden tot een voetbank zijner voeten.
En dat, dat nu, wat hier van Jezus gezegd wordt, dat past de Heilige Geest dan bij den ingeplante op hemzelven toe. Omdat in die ééne daad Christi wij allen geheiligd zijn, en hij door die ééne ott'erande in eeuwigheid volmaakt heeft al degenen die door hem tot God gaan. Zoo hebben ook zij ruste, heerlijke ruste in hun Jezus, en ook zij, jagen niet meer, maar ze wachten, tot al hun doodvijanden gezet zullen worden tot een voetbank voor hun voeten. Dezulken, ze zijn door het voorhangsel heen. De vleugelen der cherubijnen overschaduwen hun ziel in den glans van de heerlijkheid Gods, blinkende op het verzoendeksel. ze
Helaas, dat tot die „volle verlichting" hunner
ziel
thans zoo weinigen
komen. Zie,
Het
er is tweeërlei misbruik.
eerste
is,
dat
men
dien volzaligcn toestand der bewust inge-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's