De leer der Verbonden - pagina 226
316 afwijkend, zicti in zijn vertaling verschreven had: wat meent men dan, dat de kerk in haar eerste geloofsliefde zich die verstoring van haar heilig gebruik zou hebben laten aanleunen! Neen, zeg ik u, maar bij het eerste exemplaar, dat werd afgeschreven, zou de fout reeds zijn hersteld. Dat men toch geen eereroof aan de Christelijke kerk in haar eersten bloeitijd bega. Zulk een onverschillig spelen met de Doopsformule is zeker volkomen begrijpelijk, als men even weinig aan den Doop hecht, als groningers en modernen doen, maar histo-
gemeente vol bezieling, die nog uit Doopsgenade leefde en ze desgevorderd wist te bezegelen met den doop van haar kostelijkst bloed. Men ziet, van den roem van wetenschappelijkheid, die men voor de nieuwmodische vertaling voor dorst wenden, blijft al bitter weinig over. Eerst bleek ons, dat „tot" den naam een wetenschappelijk onhoudbare vertaling is. Nu weer zagen we, dat de verklaring, die men voor de gewaande feil zocht, een volslagen gebrek verraadt. aan risch volstrekt onmogelijk bij een
de
historischen zin.
Intusschen niet bewezen.
hiermee
het
is
goed recht der gangbare vertaling nog vertaling eischt een afzon-
Het pleidooi voor de aloude
onderzoek. Zooveel slechts bleek ons, dat het voorzetsel, dat in den grondtekst gebruikt wierd, in ons Hollandsch zich door een reeks van voorzetsels laat overzetten, en dat het recht verstand van derlijk
den samenhang en de woordschikking van onze eigen taal beslissen welk dezer woorden in het onderhavig geval het zuiverst den zin van Jezus' woorden teruggeeft. Lezen we Marcus 1 9 „dat Jezus van Johannes gedoopt werd in de Jordaan", dan zal het niemand in den zin komen schoolmeesterachtig te beweren, dat „doopen tot de Jordaan" het goede Hollandsch is. Staat in Hand. 2 38 „en een iegelijk van u worde gedoopt tot vergeving der zonden", dan zal wederom niemand het in den zin krijgen, te beweren, dat dit beter door „in vergeving der zonde" ware vertaald. Zonder een vast inzicht in den zin der woorden en raadpleging van ons eigen spraakgebruik, is dus niets te beslissen. Onderzoeken we daarom de beteekenis der woorden. Twee meeningen stonden op godsdienstig gebied en staan nog altijd lijnrecht tegenover elkander. Er zijn er die meenen, dat de godsdienst daarin bestaat, dat wij Gode iets toebrengen^ en er zijn er die leeren, dat de zaligheid juist omgekeerd is, een van God ontvangen. Voor de eersten gaat het godsdienstig leven op in hun eigen streven en pogen, zij zullen werken, zij zullen bereiden, zij zullen iets uit zichzelven doen, en voor die macht van het eigen werk zal de poorte des hemels zich ontsluiten. Bij de anderen daarentegen kan van 's menschen daad dan eerst sprake zijn, zoo er een daad Gods aan hun hart voorafging. Zij kennen God, niet wijl zij God ontdekt hebben, maar wijl God zich aan hen heeft geopenbaard. moet,
:
:
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's