Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het heil in ons - pagina 122

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het heil in ons - pagina 122

2 minuten leestijd

112

En

nu

vluchtige lezing, dat dit gulden tiental den eertijds ge vierden Petrus de Witte, niet gedrongen noch gewrongen, naar schier van woorde tot woorde, als bij maniere van afdruk, uit kapittel zeven aan de Eomeinen is overgenomen, hoe wil dan, zoo vragen we, zijn eigen ketterij bemantelen, ziet

ieder,

zelfs bij

geestelijke sieradiën door

wie,

zonder

actestuk

de

uit

den

analogie strijd

des geloofs prijs te geven, dit ontzaglijk des geestelijken levens anders dan van den

wedergeborene verklaart!

X.

DE VIER KENMERKEN VAN DEN GEEST. Als

uwe woorden gevonden

ik ze opgegeten.

zijn,

zoo heb

Jeremia 15

:

16.

van ons vorig artikel slechts summierlij k kon thans breeder toegelicht, t. w. dat de persoon van Eomeinen zeven de eigenschappen draagt van een kind van God. Vooreerst toch belijdt deze worstelaar, met bange ontroering des gemoeds, 1. dat hij er zich zelf weer telkens op betrapt, „hoe hij niet doet wat hij wil, en wél doet wat hij haat." Staat het nu bij den onwedergeborene zoo, dat hij, „naar den vleesche zijnde, bedenkt dat des vleesches is" ; zich „aan de Wet Gods

Wat aan

saamgevat,

het

slot

dient

onderwerpt en dit ook niet kan"; ja, een hart met zich omdat, gekeurd naar den goddelijken maatstaf, „ten allen dage alleenlijk boos is", hetzij dan in groveren of fijneren vorm, 't zij bewust of onbewust; en is Messias juist daarin van alle in zonde geborenen onderscheiden, dat voor hém de ontboezeming der eere uitgaat: Gij, gij alleen onder allen, gij en met u zij, die uwer zalving deelachtig zijn, gij, o Messias, hebt gerechtigheid liefgehad en de dan zou het immers een overongerechtigheid hebt gij gehaat brengen zijn van de merkteekenen van Gods uitverkoren Middelaar op een die nog „dood in de misdaden" is, indien men als zielsbetuiging van een onwedergeboren hart de klacht uit vers 15 verstond: „Hetgeen ik wil dat doe ik niet, maar hetgeen ik haat, dat doe ik." Ter voorkoming van misverstand zij hier intusschen bijgevoegd, dat deze roerende klacht volstrekt niet beteekent, dat Paulus steeds, aldoor en geduriglijk het onheilige deed. Integendeel. Ook aan hem is, naar Gods trouwe, de belofte vervuld: „Ik zal maken dat gij in mijn inzettingen wandelt," en ook in hém is zijn eigen betuiging waarheid gebleken, „dat er goede werken zijn, die God voorbereid heeft, opdat

niet

draagt,

T

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

Het heil in ons - pagina 122

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's