Het heil in ons - pagina 98
88 door het feit, dat zich te laten chloroformiseeren almeer het waagstuk veler barenden werd? Immers, het komt bij zulk een onderzoek er op aan, niet wat enkele individuen beweren^ maar wat de gewone zielsbevinding is. Hoe het in den regel toegaat. Bovenal hoe het toegaat als het normaal gaat, d. i. gaat naar Gods Woord. Uitzonderingen, bovenal indien ze, gelijk hier, ingebeeld zijn, bevestigen den regel en stooten dien allerminst omver. Zijn er dan ook onder Gods kinderen enthousiasten, die de nuchterheid des Geestes prijsgeven, zich dronken drinken aan den wijn hunner bezwij meling, en zich, of door onvoorzichtigheid of met opzet, bedwelmen laten, dan rekenen zulke broeders slechts in zooverre mee, als uit hun geestelijke overspanning, niet tot wat werkelijk in hen omgaat, maar wel tot hei tegefidcel mag besloten worden. Ten tweede, zelfs aan onze beste werken ontbreekt iets heiligs en kleeft een sm,et.
komen de krachten
Ongetwijfeld
des
hoogeren
levens
blank
als
sneeuw van boven en met meer dan aardsche reinheid tot ons hart. Maar als ge nu witte sneeuw op een met slib bezoedelden bodem doet vallen, kan ze dan bij de vermenging wit blijven?
En
hoe
zou
dan,
bidden
we
u,
het heilige Gods, dat vlekkeloos
rein in ons gaat, onbesmet weer in goede werken uit ons
kunnen
te
voorschijn komen, indien het daartoe den onreinen en onzuiveren weg doorloopen moet van een bezoedeld menschelijk organisme? Ook al stelt men dus voor een oogenblik, dat voor zeker heilig werk de aandrift geheel van boven kwam en de wilswerking ongebroken was en het geloof onvermengd bleef, zelfs dan nog zou dat heilig werk het stofgoud van de vleugelen verloren hebben, eer het als vrucht onzer liefde aan den stam onzes levens werd geplukt. En kan uit dien hoofde niets onbesmets van ons uitgaan, even uit dezelfde oorzaak stuit ge bij elk goed werk op een tekort. Een tekort, niet alsof de genade Gods niet volkomen ware, maar zóó dat het onvolkomen werktuig, waardoor wij die genade in ons opnemen, den vollen stroom des levens niet doorlaat. De mond des geloofs kan zich daartoe nog niet wijd genoeg opendoen. En ook al steldet ge, dat het geloof zichzelf daartoe overtreffen kon, dan nog zou de gloed des levens bij zijn doorgang door ons koud wezen afkoelen, en een deel van de ontvangen kracht verloren raken, eer ze in het verborgene den weg had afgelegd, die van den wortel onzes levens door stam en kroon en tak naar bloesemknop en vrucht leidt.
God
drieëenig
zichzelve
in
de
is
zeer
begrensde
zeker
almachtig,
maar
die
natuur van het schepsel
almacht heeft een
vrij machtig
perk gesteld.
Zoomin nu bedding
van
als
de
Gods almacht Zuiderzee zou
de
wateren van den Oceaan in de besluiten, evenmin kan de
kunnen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's