Practijk der godzaligheid - pagina 22
;;
14
III.
DE SAAMVERGADERING DER GELOOVIGEN. de volmaaktheid voortvaren het fondament .... En dat zullen wij ook doen, indien het God Hebr. 6 1 en 3. toelaat.
Laat ons
niet
tot
wederom leggende
:
kerk nu eenmaal geplant, dan ontstaat in de tweede plaats de vraag, hoe het nu verder toe moet gaan en als hoedanig men die geplante kerk heeft te beschouwen. „De kerk is de vergadering Daarop nu antwoordt de gemeente antwoord is ook uitnemend; en dit en der ware Christ-geloovigen," hier leggen we bijmits, en voegen, te aan toe we hebben er niets hierbij in „vergadering" woord het men mits zonderen nadruk op, verstrooid werd, kudde wiens herder, Van een zijn vollen zin neme. ik zeggen: kan brengen, poogt te weer bijeen en die zijn schapen „Hij houdt zich onledig met het bijeenzoeken, met het saamvergaderen, met de vergadering zijner lammeren." „Vergadering" doelt dan op de daad van het „vergaderen," duidt een werkdadige bezigheid, een werk aan, waaraan men zijn krachten wijdt. Te zeggen dat de kerk „de vergadering is der ware Christ-geloovigen," versta men dus ook de kerk is de van Christus ingestelde wel terdege in dezen zin stichting, wier taak en roeping het is, om de uitverkorenen bijeen te vergaderen. De kerk wordt dan als een levende, actieve, handelend optredende kerk genomen, en heel haar bezigheid en bedrijf vertolkt in dat ééne woord: al wat ze doet en bedoelt en drijft, is de bijeenvergadering van de kinderen Gods. Die actieve bij een vergadering van de kinderen Gods is haar levensroeping, het doel van haar bestaan. Niet, om, zijn ze vergaderd, ze nu stil op een hoop bijeen te houden, maar om ze te doen ingaan in de „vergadering der volmaakt rechtvaardigen", boven, in den hemel, bij onzen God. Zoo is ze door dit denkbeeld van „vergadering" rechtstreeks vastgelegd in het eeuwige gebonden aan het hemelsch Jeruzalem aangeduid, als hebbende haar bestaansdoel niet op aarde noch in zichzelve, maar in den hooge, bij onzen God. Ze vergadert, ze gadert bijeen; anders niet; ze creëert dus de kinderen Gods niet; ze maakt de zondaars niet tot geloovigen; ze kiest ze heeft er geen eere noch roem van als ze toe worden ze niet uit gebracht. Immers dat alles gaat aan haar doen vooraf en buiten Is
de
:
:
;
;
haar om. De uitverkiezing is af, eer zij er komt; het eer zij haar werkzaamheid aanvangt; al wat zij doet,
is is,
alles gereed,
het eeuwig
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's