Honig uit den rotssteen - pagina 111
97
maar een enkel maal. Ja, ging ze op bevinding, dan zou moeten: „Driehonderd dagen van het jaar is mijn Heer weggenomen, en het is al veel, indien ik de dagen, die dan nog blijven, hem even uit de verte bespeur!" Moest er een Evangelie iiit de bevindingen van Gods kinderen beschreven worden, dan zou het heeten: „üe oppervlakkige lieden zullen zich inbeelden altijd te kunnen roemen, dat Jezus bij hen is, maar de dieper ingeleiden weten, dat hij slechts een enkele maal hen be!" zoekt en inkeert om te vernachten Maar juist daarom heeft God, de Heilige Geest, het schrijven van het Evangelie dan ook niet aan ons overgelaten, maar het zelf gedaan. En nu hebben we, dank zij dat heilig bestel, in het Woord dan ook niet, wat wij ons omtrent Jezus inbeelden, maar wat er van hem werkelijk aan is. En daardoor is het aan Gods kinderen dan nu aangezegd, dat Jezus; die Jezus die alle macht ontving in hemel en op aarde; die goddelijke Immanuël en toch hiin broeder; dat die .leziis aldoor leeft; aldoor werkt; aldoor kracht doet uitstroomen; aldoor zijn gemeente nabij is; en aldoor de zielen zijner uitverkorenen, ook dan, als zij er niets van merken, bezielt. sclioiiwt ze
ze
klagen
;
dezen grond nu durft een kind van God dan ook, zelfs te verlatinge, roemen, lloemen zooals David, toen alles weg was, en alle hoop verdween, en alles van rondsom was toegemuurd, en toen de Heilige Geest hem ingaf, om niet te klagen: „Ik kom er niet," maar te roemen en te jubelen: „Ik zal zijn als een groene olijfboom in Gods huis, altoos en eeuwiglijk." Zie zulk een heroïek woord in zulk een oogenblik, dat is geen bevinding, maar geloof. Geloof, dat we in een God steunen die óók bij ons, wat er niet
op
ICn
midden der
is,
roept, alsof het er
is.
Ken olijfboom!
Ik een olijfboom! Dat is, zulk een allerkostelijkste planting, die nooit verdort maar altijd groen blijft; waar van verre niemand een vrucht aan ziet, maar dien men maar even hoeft te schudden en de kleine olijfvruchtjes regenen van alle kanten neer; een plant waar alles heerlijk aan is; waar zelfs de vormen tooverachtig schoon aan zijn; en nog het versneden hout, hoe ook verkorven, een zachten, liefelijken glans van zich uit doet gaan. Kn zulk een olijfboom, zegt David, zal ik in Gods huis zijn! Niet op een kale klip, waar ook onder de boomen éénoog koning is. i"^u niet in de woestijn, waar een kreupelhout voor een boom doorgaat. Neen, maar in den schoonsten, rij ksten hof, in Gods woning; in die gaarde, waar de ceders en de palmen prijken en de martelaarsstamiuen in hun eigen bloed gekweekt zijn; in dien prachtigcn, geestelijken hof, waar de keur van alle planting is saamgelezen, daiir, il
7
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's