Het heil in ons - pagina 251
241 benauwd van alle zyden, En riep den Heer ootmoedig aan; De Heer verhoorde my in 't lyden En deed my in de ruimte gaan. „Ik werd
JDe
Heer
is
bij
mij, 'k zal niet vreezen;
De Heer wil my getrouw behoCn; Daar God myn schild en hulp wil wezen, Wat zou een nietig mensch my doen?"
De Heer is bij mij!" Wie dat jubelen kan, dien is het Maranatha in zijn doodsangst verhoord. Die is niet meer alleen in zijn donkeren kuil, maar in de rouwe van zijn ziel met Jezus en Jezus in zijn benauwdheden met hem. twijfel, of „de Christus in ons" goot ook Israël eeuwen den balsem van 't goddelijk medelijden in de wonde waaraan ook hun menschelijk hart bloeden bleef. Maar is dat genoeg? Kan de ziel daarbij leven te midden van haar dood? „In al hun benauwdheden was Ik benauwd!" is dat het één en al waarmee het 6^oc?- vreezend volk in Israël verkwikt der genade, werd ?
Daarover dus geen
in
die
lange
Wie betwist het, de teedere mystiek van het verborgen leven, dat we met onzen Heiland leven is te schoon, om ze voor „het fijnste goud op aard" te ruilen. Zonder haar is alle vroomheid dor, een vorm onze aanbiding, ons lied stroef en mat. Alleen uit haar vloeien die beken, alleen uit haar wellen die zilveren stroomen, die allen godsdienst frisch, bezield, in vruchten overvloedig maken. Maar kunt gij er bij leven? Uw inwendige wereld is toch niet al uw leven, niet waar? En als in dagen van diepgaande smart en ziel verbij sterenden rouw de onzichtbare hand daarbinnen doende was om het geschokte te stillen, wat verbroken werd te heelen en weer levenssap van vrede, heilige verheuging en willig berusten te gieten in wat verwelkt was en verdord, hebt ge dan nooit naar iets uitwendigs getast, de starren nooit aangezien, als om in haar lichtkransen het Teeken van den Zoon des menschen te schouwen, hebt ge dan nooit gegrepen naar uw Bijbel ....
—
in wien iets, iets althans belichaamd Trooster noemdet? Dat weer zoeken van Gods huis, als de eerste storm daarbinnen heeft uitgewoed, dat gretig indrinken van den kalmen indruk der in gebed verzamelde gemeente, dat luisteren met een dubbel oor naar heur zieldoordringend lied, dat weemoedig lust hebben aan de genademiddelen der Sacramenten, zeg het ons, diep gewonde, die de smarten, de duizend dooden des levens kent, was dat zoeken naar iets grijpbaars, dat tasten naar het uitof
ook hem
scheen van
of
haar
wendige u vreemd? Harmonie was ook tusschen III
de
gezocht
Hem, dien ge uw
mystiek
bij
u het einde der rouwe. Ook
van
niet de harmonie het hart en de verkwikking van het oog? 16
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's