Practijk der godzaligheid - pagina 150
142 doen de sekten niet. Ze gaan uit het raam liggen hun tijd, ze verwaarloozen het huis, en loopen uit de deur en klimmen op het dak, om te zien of de Heere nog niet aankomt. En zoo zeker het nu is, dat het zoo met het komen van
Maar
dat
nu
juist
kijken, ze verdoen
een
niet
dief
toegaat,
uitspraak, dat zijn
zoo vast staat het op grond van Jezus' eigen
komen
niet alzoo zal zijn.
zóó geloofd en zóó geleefd, dat we evenzijn voorbereid om als een goed huisvader vooraf zijn maatregelen heeft genomen, in geval van nachtelijken overval de zijnen te kunnen beschermen en op alles voorbereid te zijn. Maar gelijk een Christenhuisgezin, na gesloten en gebeden te hebben, dan ook rustig in de hoede des Heeren insluimert en in den morgen weer de gewone dagtaak aanvangt, zoo ook behoort de gemeente van Christus op aarde, na gesloten en gebeden te hebben, rust en arbeid stil en op gewone wijze af te wisselen, en het voorts aan den Heere over te laten, om dezen gewonen, rustigen gang der dingen plotseling te komen afbreken, wanneer dit Hem gelieven zal. Ook zelfs tegenover de eschatologische droomers, d. i. tegenover hen, die met Jezus' komst voor oogen jagen naar een ideaalkerkje
Wel moet
er gewaakt,
d.
elk gegeven oogenblik op de
w.
z.
komst des Heeren
;
ideaalkringetje, handhaven we daarom op grond van Gods Woord den nuchteren energieken regel der gereformeerde kerken, om te rekenen op yebrekkigen kerkstaat en noo t doldriftig in het levensweefsel van .de kerken in te grijpen
of
Deze
diepe
levensovertuiging
der gereformeerde kerken wortelt in
Verhond. Het Verbond is dan een vereeniging van gelijkgezinden op aarde. Immers het Verbond bevat ook die personen, die nu nog in den bol of in den knop zitten; d. w, z. de zoodanigen die nu nog vloekers en tierders of eigengerechtige deugdmenschen en verwerpers der waarheid zijn, maar toch reeds bij God uitverkoren en ter zaligheid bestemd zijn, en die nu juist door den dienst der kerk uit den bolster
haar
warme en
heel
iets
uit
bezielde belijdenis van het
anders
moeten.
Deze eéne belijdenis van het Verbond, diep geworteld in het stuk der Verkiezing, d. i. in het feit dat God God en aller goeden Fontein doet het snijdt alle jagen naar engelentoestanden op aarde af, is, kruis van den gebrekkigen kerkstaat met volle bewustheid als door Christus gewild aanvaarden, en noopt en lokt en leidt er toe, om steeds weer dieper voor den Heere onzen God in het schuldbewustvergiftigt zijn weg te zinken, en van die zonde, die alles verwoest, en bederft, steeds klaarder te belijden: „Die zonde, Heere, is ook mijne zonde, mijn persoonlijke schuld bovenal!" Een ijveraar op gereformeerd terrein kan dies nooit in de fout der
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's