De leer der Verbonden - pagina 156
146 IV.
NU EEN ONVERLIESBAAR Niemand kan Vaders.
Beslist
en
stellig
ze
GOED.
rukken
uit
de hand mijns Joh. 10 : 29.
spraken we dan op grond van Gods
Woord
uit,
het Genadeverbond God, en niet meer de mensch, kiest; dat wel in het Verbond der werken de keuze aan den mensch was gelaten, maar dat dit overlaten van de beslissing aan den mensch in het dat
in
Genadeverbond
onbestaanbaar en ondenkbaar is; en dat alzoo die predikers in onze dagen, die de keus om zich al dan niet te bekeeren, weer in de macht van den mensch stellen, op schromelijke wijs het Verbond der genade met het Verbond der werken verwarren, doordien ze op het Getiadew erhond overbrengen wat uitsluitend in het Werkvei'hond thuis hoort. In het Verbond der werken stond het aan den mensch om voor of tegen God te kiezen. Nu, onder het Genade verbond, kan de mensch niet anders dan tegen God kiezen, verloor hij de macht om voor God te kiezen; en moet dus die macht om voor God te kiezen, hem door vele
genade eerst worden aangebracht. Maar gewordt hem de. genade aangebracht, om wel voor God te kunnen kiezen, dan moet hij het ook doen. Een aldus begenadigde, die desniettemin tegen God koos, is eenvoudig onbestaanbaar. Deze genade is geen proefgenade, die mee, maar ook tegen kan vallen. Neen, deze genade is onwederstandelljk. Ze is een woord Gods, dat niet ledig kan wederkeeren, maar doet al hetgeen waartoe Hij het uitzendt en hetgeen Hem behaagt. Willen we dit gewichtig stuk onzer belijdenis nu in den wortel vatten, dan moeten we nog een trede dieper in dit geheimnis des levens indalen, door zeer ernstig tegen de onware en valsche meening op te komen, alsof we in Christus slechts terug ontvingen^ wat we in het paradijs verloren. Dat is zoo ongeveer, wat de onnadenkende menigte er zich van voorstelt. God schiep den mensch goed. Die mensch viel. Door dien val werd hij diep zondig en ellendig; een prooi des doods en des verderfs. En nu komt de Zaligmaker, om ons uit dien gevallen staat weer op te richten, om de verzoening voor onze zonden aan te brengen, en de gevolgen te vernietigen van wat Adam misdreef. Welnu, is dit zoo, dan is er- ook niets tegen in te brengen en dan moet ook beleden: Dat we „in Adam door den dood geveld, in Christus heerlijk weer hersteld", na onze bekeering precies op hetzelfde punt komen te staan, waar Adam stond eer hij viel. opzettelijke,
bijzondere
schiedt
laatste;
dit
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's