Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het heil in ons - pagina 214

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het heil in ons - pagina 214

2 minuten leestijd

204 Die wetenschap is uitsluitend vrucht der oorspronkelijke Openbaring, en hoe ook door de overlevering die Openbaring zij vervalscht en in de bontste afgoderij verduisterd, toch is zij het, waaruit de gedachte aan een persoonlijke Godheid voor de ziel treedt. Het Christendom zuivert, loutert, veredelt en volmaakt die gedachte

maar brengt ze Geen volk is nog niet nog leefde. wel,

niet. tot het

Christendom bekeerd, waarbij die gedachte

Juist het aanwezig zijn van die gedachte bood het onmisbaar aanrakingspunt, waardoor de bekeering tot het Christendom mogelijk werd.

IX.

HET FINAAL BANKEROET. Het

is

mij goed, nabij

God

te

wezen.

Psalm

73

:

Zoo hebben we dan achtereenvolgens de drie levenskringen bezien, ons Godsbesef versterken kunnen: de natuur, het zedelijk leven en de overlevering. Ze voeden het Godsbesef, maar vallen er niet mee

die

saam.

Het Godsbesef is met ons aanzijn zelf gegeven. Ook zonder dat we nog de minste onderscheiding maken van wat is of om ons leeft, is het in ons binnenste aanwezig. Keeds als menschen zijn we zonder Godsbesef ondenkbaar. We zijn er, we bestaan, we leven, en nu één of we voelen den grond van ons aanzijn in onzen eigen persoon, óf we vinden dien in ons zelven niet en weten dus dat die grond van ons aanzijn luiten ons ligt. Ondenkbaar is het eerste niet. Feitelijk bestaat de zonde in niets anders dan in de poging, om den grond van zijn aanzijn in zichzelf te zoeken, in zichzelf te bestaan, van niemand afhankelijk, zichzelf genoegzaam, als God te zijn. Alle zelfzucht en hoogmoed komt onmiddellijk uit dat pogen voort. De meesten mogen de geestkracht niet hebben, om in dat zondig pogen ten einde toe door te gaan en dus terugdeinzen van de verwatenheid, waartoe het voert, toch is dit slechts een halfheid, die aan het karakter der zonde niets verandert en nooit als verontschuldiging dienen kan. Zoek ik den grond van mijn aanzijn in mijzelven, dan moet ik er toe komen, om mij boven al wat om mij is te verheffen; dan kan ik niet rusten, eer ik het aan mij onderworpen heb en mijzelven als een God, dien alles dienen moet en wien alles toebehoort, aanbid. Heerschzucht, zelfzucht, overmoed,

dat

van tweeën

:

,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

Het heil in ons - pagina 214

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's