Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Heils termen - pagina 89

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Heils termen - pagina 89

3 minuten leestijd

79

de dooden opgewekt

is tot de heerlijklieid des Vaders, alzoo ook nieuwigheid des levens wandelen zouden." Let men eindelijk op wat de Heere zelf onmiddellijk aan het Doopsbevel voorafgaan en daarop volgen liet, dan zal men ook hier het verband gevoelen, dat tusschen het Teeken des Doops en de heerlijkheid, die de Heere door zijn Opstanding tegenging, onmiskenbaar Ijestaat. Vraagt ge toch: waarom zal de Doop meer dan een ijdel spel zijn? dan is het antwoord: wijl Hij, die den Doop gaf, „alle macht ontving in hemel en op aard," en dat dit machtsbetoon ook in den Doop een daad van den verrezen Levens vorst zal zijn, toont u het slotwoord van „Ziet, Ik ben met u alle de dagen, tot aan de Mattheüs' Evangelie wij

in

:

voleinding der wereld." We komen tot het andere Sacramenteele Teeken, tot het

Avond-

maal. de instelling van dit Verbondszegel is door den Heere een gesproken, waarover men gemeenlijk te vluchtig heenglijdt, en dat toch niet uit het oog mag verloren worden, wil men den zin van het Avondmaal recht verstaan. Vóór het eigenlijk Avondmaal aanving, zoo lezen we Luc. 23 16, zeide Jezus: „Want Ik zeg u, dat Ik niet eten zal, totdat het vervuld zal zijn in het Koninkrijk daarvan meer sprak Hij bij de uitreiking van den Beker deze evenzoo En Gods." „Want Ik zeg u, dat Ik niet drinken zal van de vrucht woorden dezes wijnstoks, totdat het Koninkrijk Gods zal gekomen zijn." Nog duidelijker eindelijk is de lezing, die Mattheüs ons van deze laatste uit„En Ik zeg u, dat Ik van nu aan niet meer drinken spraak geeft zal van deze vrucht des wijnstoks, tot op dien dag, wanneer Ik met u dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk mijns Vaders." (Hoofdst. XXVI 29). Keeds Calvijn merkte bij deze woorden op, dat de Heere door deze bijvoeging zijn discipelen blijkbaar van zijn Kruis op zijn Opstanding wilde wijzen, en hun dus in het Avondmaal de heerlijkheid voor oogen spiegelde, waarin hijzelf door zijn Opstanding hen zou voorgaan. Ook onze Kantteekenaars verstaan het van „de eeuwige vreugd in het eeuwige leven, hetwelk doorgaans bij een maaltijd vergeleken wordt," en geheel de inhoud van Jezus' uitspraak, is, dunkt ons, mits men er op lette, zoo klaar en doorzichtig, dat men aan elke verklaring zou moeten wanhopen, zoo niet werkelijk een heenwijzing naar zijn Opstanding was bedoeld. Men weet, dat Paulus, waar hij in I Cor. II de instellingswoorden van het Avondmaal mededeelt, wel andere uitdrukkingen bezigt, dan ons in de Evangeliën staan opgeteekend, maar dat ook hij toch- er een hoogst opmerkelijk woord bijvoegt: „Verkondigt den dood des Heeren, totdat Hij komt." Is nu, zoo vragen we, de gissing zoo gewaagd, dat deze woorden een veel dieper zin hebben, dan men meestal waant? Ligt er toch in deze woorden niets dan een tijdsbepaling; beteekenen zij alleen, dat het Sacrament des Avondmaals met Bij

woord

:

:

:

:

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's

Heils termen - pagina 89

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's