Het heil in ons - pagina 114
104
Van
andere strekking is de eeretitel van „volmaakt," zoo de derde categorie, de mate van onzen wasdom is bedoeld, b. v. in de uitdrukking: „der volmaakten is de vaste spijze." Er wordt dan gedoeld op de tegenstelling tusschen hen die pas tot Evangelie toetraden en dezulken die de kennisse van het het Evangelie naar den hun betamenden omvang en de voor hen passende diepte, reeds verwierven. De eersten heeten dan kinderen, die nog met melk worden gevoed, de anderen volmaakten of volwassenen wien de vaste spijze reeds kan aangeboden. Bij dien wasdom heeft elk creatuur zijn eigen mate. Het lam is reeds tot een volkomen ram opgewassen, ook al blijft het nog verre beneden de mate van de grootte waarmee de welp van den olifant geworpen werd. Zoo heeft elke plant, elke boomsoort, en evenzoo elk dier en elk menschengeslacht de „mate zijner grootte" die hun van God geheel
daarmee,
beschikt
naar
is.
onder de leden in een zelfde gezin brengt weer elk individu, elke persoon, reeds bij zijn geboorte de vaste bepaling mede, van de hoogte, die het in zijn groei bereiken, maar ook van de hoogte, die Zelfs
het
nimmer
overschrijden
zal.
Dan is er eerst een groeien, een uitzetten, een toenemen, een wassen. En dat proces gaat al door tot eindelijk de wasdom fiaar zijn mate verkregen is, om dan opeens allen groei een einde te doen nemen, en geen andere werking te vertoonen dan van innerlijke harding en bevestiging, sterking en vulling van het weefsel des lichaams.
voorts
Met
anders nu gaat het in het geestelijke toe. in Christus geboren wordt brengt de bepaling van de mate van zijn wasdom met zich. Vandaar na de eerste bekeering die honger, dat wegtrekken van alle levenssappen naar dat groeien der ledematen, en zoo allengs dat rijpen tot die mate der grootte die in de voorverordineeringe Gods ons beschikt was. Daarop doelt Paulus als hij zegt: „Zoo velen dan als wij volmaakt zijn, laat ons naar denzelfden regel wandelen ;" en doelt evenzeer wat de Hebreen te lezen bekwamen: „Een iegelijk die der melk deelachtig is, die is onervaren in het woord der gerechtigheid, want hij is een kind; maar der volmaakten is de vaste spijze, die door de gewoonte de zinnen geoefend hebben tot onderscheiding beide des goeds en des kwaads." Maar al heeft men nu ook eenmaal dien „wasdom naar zijn mate" bereikt, dan is hiermee toch de „toeneming in Christus" nog zóó weinig uit, dat dan veeleer eerst recht beginnen kan, wat de briefschrijver onmiddellijk daarna noemt: „Laat ons nii tot de volmaaktheid voortvaren'' Zoo weinig, dat daarna de „inleiding in het heilgeheim" zelf eerst komt en eerst na afloop van dien groei de onder-
Ook wie
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's