Dat de genade particulier is - pagina 204
!
194 en
in
alleen
Waarom
die
vijf
of
drie
loten
ent
hij
nu het tamme hout.
?
die takjes ? Was het ééne takje boven het andere voorde tuinier niet, desnoods, indien men hem slechts tijd twijgje voor twijgje kunnen aftoppen, insnijden, enten, met harst
Lag dat aan treffelijk? liet,
Had
bestrijken en
En
toch
omwoelen? deed
hij
het niet, en verwierp
hij
de meeste,
om
slechts
die enkele twijgjes uit te kiezen!
Uit willekeur Och neen, ganschelijk niet, maar alleen wijl er, geheel buiten den aard van die takjes om, een hoogere levenswet voor dien boom bestond, die ten gevolge had, dat het zoo moest en niet anders kon. En nu weten we wel, dit is slechts een voorbeeld. Een voorbeeld, dat bij vergelijking met goddelijke dingen, altijd slechts ten deele opgaat. Maar heldert het toch niet eenigermate ons bedoelen op? Nooit, nergens zien we God Almachtig in de natuur of in de geschiedenis of in de openbaring anders handelen, dan naar vaste ordinantiën. Wat geschiedt, moet alzoo geschieden. Er gebeurt niets bij toeval. Voor alle dingen is een wet. Die wet, die ordinantie is de regel dien God de Heere aan al het geschapene ten richtsnoer Een baan voor elke star. Voor elke zon haar eigen spoor. De stelt. zee haar perk dat ze niet zal overschrijden. Aan alles zijn eigen levenswet ingeschapen. En alles, hetzij naar boven, hetzij naar de diepte, zich bewegende, niet naar het gevalt, maar naar het besteld is door Hem, wiens het bestel is van alle ding dat bestaat. In die belijdenis rust heel het Godsbestuur. Zonder dit is er geen Voorzienigheid. Een chaos hebt ge nog, als ge dit vallen laat, maar een wereld niet meer. En het is juist in dat schoon en heerlijk in elkaar vatten van al deze onderscheidene ordinantiën, die, op elk gebied verschillend, toch één schoon geheel vormen, dat de Heilige Geest ons in Psalm 119 b. v. de majesteit en de wijsheid van Gods w^et bew^onderen doet en aanbidden. Maar hoe wilt ge u nu een God denken, in wiens schepping het alles regel zou zijn en die zelf in zijn doen het toonbeeld van willekeur en ordeloosheid zou wezen? Vandaar dus het omgekeerd steeds belijden door Jezus' kerk van Gods Besluit, van zijn Raad, en het Bestel zijns welbehagens. Maar, en hier lette men nu op, van een Bestel dat door zijn wil saamhangt met het eigen Wezen Gods. En gelijk er nu vaste wetten zijn in de schepping, vaste wetten in alle creatuurlijk leven, zoo zijn er ook en in nog veel hooger zin, vaste wetten in het Wezen Gods waar die ordinantiën in het geschapene hoogstens de flauwe zelf,
afschaduwing van zijn. God kan dus 7iiet „zoo maar alles" doen. Hij kan, ja, alles doen wat Hij wil. Maar dat is daarom alleen zoo, omdat God, heilig zijnde,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's