Dat de genade particulier is - pagina 117
107 de
kennisse
Heeren,
des
dekken" (Jes. 11 9); Hiermee vordert men :
gelijk
de
wateren den bodem der zee be-
enz.
)
intiisschen niets
hoegenaamd. LJd4Vooreerst toch doelt de geheele reeks van godspraken die het volk"*"*^^^ des Heeren als een volk van louter heiligen (niet slechts potentia maar actu) voorstelt, zoo blijkens de uitkomst als krachtens de ervaring die zelfs in de gouden eeuw van het Christelijk leven is opgedaan^ niid op den voorloopigen staat van Jezus' kerk, maar wel op het tijdperk van glorie, waarin het voorloopige een einde zal hebben genomen. Waarmee natuurlijk niet ontkend is, dat reeds nu in de verborgen diepte des Geestes, al wat eens komt, aanwezig is, maar niettemin zeer stelliglijk beweerd Moordt, dat de volle inhoud van deze en soortgelijke godspraken zelfs nu nog op geen enkele gemeente van Christus ooit toepasselijk was; laat staan dan op al het volk. Ten tweede loopt constant naast de aankondiging van het heil der volken, de gestrenge aankondiging van het gericht der volken. Zoo b. V. volgt onmiddellijk op'ïïëlocMS classicus in Jesaia 2 2, nadat gezegd was, hoe alle volken zeggen zullen: „Komt, laat ons opgaan tot den berg des Heeren" enz., deze bedreiging „En Hij zal richten onder de heidenen en bestraffen vele volken". De gulden profetie van het „kennen des Heeren" geldt dus slechts voor dat deel der menschenkinderen uit de volken, dat bij „het volk" wordt ingelijfd en heeft in het minst geen numeriek individueele strekking. 7 En ten derde: de uitdrukking „alle heidenen," „al uw kinderen", ^^,_^^ enz. plaatsen als: „Alle heidenen zullen Hem welgelukzalig noemen!" en „Al uwe kinderen zullen van den Heere geleerd zijn!" .'
-
'
:
:
m
beteekent tiiet „alle individuen hoofd voor hoofd". Blijkens het paraltoch wil „alle heidenen" in deze uitdrukkingen niets anders zeggen dan „alle natiën" (zie Ps. 117 1 v.v.). En het „allen van
lelisme
:
God
geleerd
listisch,
sprak:
en
ik
maar
zijn"
is
door Jezus
zelf in Joh.
6 45, niet Universastreng Particularistisch uitgelegd, toen hij kan tot mij komen, tenzij dat de Vader hem trekke
juist
:
zeer
„Niemand zal hem opwekken
ten uitersten dage. Er is geschreven in de Profeten: En zij zullen allen van God geleerd zijn. Een iegelijk dan die het van den Vader gehoord en geleerd heeft, die komt tot mij."
En evenmin als ergens in de Profeten op steekhoudende wijze aantoonbaar is, dat het heil elk individu onder al deze volken op het oog heeft, evenzoo weinig geeft de Profetie uitzicht, op wat we in de derde plaats als onmisbare conditie voor de algemeenheid der genade vonden, t. w. een toehrenging na den dood, van wie in ouder of in jonger dagen gestorven waren als individuen, of als volken waren verdwenen, zonder de aanbieding van het heil ontvangen te hebben. Natuurlijk zouden onze tegenstanders om dit te bewijzen er niet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's