Dat de genade particulier is - pagina 222
voor „allen" in het meervoud, maar voor enkelvoud. Niet ttuïtw*' (pantoon), maar navxog (pantos). Tot recht verstand van deze zinsneê houde men dus in het oog, dat, indien men er nadruk op wil leggen, niet te vertalen is: „opdat hij voor alle personen'\ maar „opdat hij voor een iegelijk Een verschil in uitdrukking, waaruit den dood smaken zou". blijkt, dat de apostel er hier niet op wijzen wil, dat Jezus niet slechts voor allen saam, maar dat hij voor een iegelijk in het bijzonder gestorven is. Zelfs Schriftuitleggers, die met ons gevoelen niet meegaan, wijzen hierop en toonen ten duidelijkste aan, dat in dit gestorven zijn voor „een iegelijk in het bijzonder" hier de hoofdstrekking van 's apostels
spronkelijke „alle"
in
taal niet staat
het
—
bedoelen
ligt.
Voor de vraag echter, of nu met die „allen", of juister uitgedrukt, met dit „een iegelijk in het bijzonder" hier bedoeld wordt „een iegelijk persoon, een iegelijk mensch, al wie maar uit een vrouw geboren is," dan wel „een iegelijk verloste, een iegelijk ten leven komende, d. i. al wie geboren is uit den Heiligen Geest", is hiermee nog volstrekt niet beslist. We weten nu nog maar alleen, dat Christus niet maar voor zekere massa in 't generaal stierf, maar dat zijn sterven een persoonlijke strekking had voor een iegelijk in het particulier, wien die dood aanging. Om meer te weten te komen, moeten we dus ook hier het verband raadplegen, waarin de aangehaalde zinsnede voorkomt. En wat lezen we dan in het onmiddellijk daarop volgende vers? Dit: „Want het
betaamde
hem,
om
welken
alle
dingen
zijn
en
door
welken
alle
dingen, dat hij, vele kinderen tot de heerlijkheid leidende, den Oversten Leidsman hunner zaligheid door lijden zoude heiligen". In deze woorden wordt dus kennelijk en duidelijk uitgesproken, dat God Drieëenig niet ,^alle personen" maar slechts ,,vele kinderen" tot de zaligheid leidt. Er wordt toch een dubbele onderscheiding gemaakt. Vooreerst van velen, en dus niet allen. En ten andere van
„kinderen Gods" en dus niet bloot „menschen." Ziet men nu uit vers 10, hoe het sterven van Christus, d. i. zijn heiliging door lijden, met evenzoo vele woorden door den apostel beperkt wordt tot „de kinderen die velen zijn", en alzoo niet tot „alle menschelijke personen" wordt uitgebreid, dan willen we toch gevraagd hebben, hoe men dan in het vlak voorafgaande negende vers de woorden: „opdat hij den dood voor een iegelijk in het bijzonder zou smaken", anders zou kunnen opvatten dan in dezen zin: „opdat hij voor een iegelijk van die vele kinderen die God tot de zaligheid brengt, den dood ondergaan zou?" Een opvatting die volkomen bevestigd wordt door vers 11, waar we lezen: „Want hij die heiligt en zij die geheiligd worden, zijn allen uit één, om welke oorzaak hij zich niet schaamt, hen broeders
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's