Heils termen - pagina 180
170 godspraken boven dit opstel schreven: „In alle hunne bewas Hij benauwd en de Engel zijns aangezichts heeft hen behouden, door zijn liefde en door zijn genade heeft hij hen verlost." Ook door Hozea's lippen getuigt de Heere: „Ik trok ze met touwen der liefde" (H. 11 en bij 4), Zefanja wordt aan Zion van zijn God betuigd „Hij zal over u vroolijk zijn met blijdschap, H ij zal z w ij g e n in z ij n e liefde" (H. 3 17), Voor Juda's uitverkiezing wordt de grond gezocht in „den Berg Zion, dien Hij liefhad" (Psalm 78 48). „De Heere heeft de rechtvaardigen lief" heet het in een der laatste psalmen. Keeds in het Boek der Spreuken is het zoo bekende troostwoord van den Hebreërbrief neergelegd „Want de Heere kastijdt dengene, dien Hij liefheeft" (H. 3:12); en de Wijsheid getuigt: „dien de rechtvaardigheid najaagt, zal Hij liefhebben" (H. 15 9). „Yan toen af, dat gij kostelijk gcAveest zijt in mijn oogen, zijt gij verheerlijkt geweest en Ik heb u liefgehad" is het woord, dat van 's Heeren wege tot Israël in zijn verdrukking uitgaat (Jes. 43 4). Keeds van het Israël in zijn eerste jonkheid getuigt Jehovah: „Als Israël een kind was, heb Ik hem liefgehad" (Hozea 11 1), en ook na zijn afval blijft de liefdesbetuiging des Heeien: „Ik zal hunlieder afkeering genezen, Ik zal hen vrij wil lig lij k liefhebben (Hozea 14 5); en waar de Schrift des Ouden Yerbonds ten einde spoedt, heet het nogmaals bij den laatste der profeten: „Ik heb u liefgehad, spreekt de Heere, maar gij zegt: Waarom hebt Gij ons Hefgehad?" (Maleachi 1:2).^ Toch moet het toegestemd, hoe sterk sprekend deze getuigenissen onzes Gods ook zijn mogen, ze zijn voor den ontzettenden omvang van het gansche Oude Testament te gering in aantal, te weinig aanhoudend en herhaald, om den toets van vergelijking, al was het ook slechts met het geschrevene door Joannes, te kunnen doorstaan. Hoe weinig dit echter afdoet, blijkt reeds uit de opmerking, dat in de drie eerste Evangeliën, op wier verhalen men zich van zekere zijde schier uitsluitend beroept, ook niet met een enkel woord door Jezus gezegd wordt, noch dat God liefde is, noch dat Hij den mensch liefheeft, noch ook maar zijn liefde wordt genoemd. En voegt men aan het getuigenis der drie eerste Evangelisten ook nog dat van Joannes toe, zeker, dan vindt men een viertal uitspraken, waarin de Heiland, de liefde Gods voor de zijnen looft (Joan. 3 16; 14 23; 16 27 en 17 23); maar blijft niettemin de verklaring aangaande de Liefde Gods verre beneden de verwachting door het luid geroep onzer dagen opgewekt. Vier uitspraken, alles saamgenomen, niet meer dan vier, waarin Jezus van de Liefde Gods met name melding maakt, wie zou dat gedacht hebben, zoo hij, afgaande op veler roepen, den inhoud der Evangeliën had gegist. Antwoordt men daarentegen, dat het ons niet om het woord, maar Jesaia's
nauwdheden
:
:
:
:
:
:
:
:
:
:
:
:
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's