Dat de genade particulier is - pagina 16
6
gegeven, welke genade Hij aan niemand schuldig is" (§ 7). „Want dit is geweest de gansch vrije raad en de genadige wil en het voornemen Gods des Vaders, dat de levendigmakende en zaligmakende kracht van den dierbaren dood zijns Zoons zich uitstrekken zoude tot alle uitverkore?ien, om die alleen met het rechtvaardigmakende geloof te begaven en door hetzelve onfeilbaarlij k tot de zaligheid te brengen. God heeft gewild, dat Christus door het bloed zijns kruises Dat is uit alle volkeren, stammen, geslachten en tongen diegene alle en alleen krachtiglijk zoude verlossen, die van eeuwigheid tot de zaligheid ver:
koren en van den Vader hem gegeven zijn" (§ 8). ^). Kort maar kras voegt dan ook de Synode (en te Dordt triomfeerde, gelijk men weet, de gematigde Theologie) er bij Dat de drijvers der algemeene genade, „zich aanstellende alsof ze hun leer in een gezonde meening voorstelden, den volke weer trachtten in te geven het venijn der Pelagiaansche dwaling" Can. Dordr. Verwerp. 6 op cap. II). :
Vóór Dordt Te Leiden
leerde
men
evenzoo, zoo hier te lande als elders.
schreef reeds de oude Trelcatius, een der eerste hoog-
in de Theologie: „Christus is niet voor allen, maar alleen voor de uitverkorenen gestorven. Want als gevraagd wordt: voor wie Christus gestorven is? slaat dit natuurlijk op degenen, in wie die dood Christi haar doel heeft uitgewerkt, en hieronder kunnen alleen begrepen zijn alle en een iegelijk geloovige" {Loc. Corn. S. TheoL p. 262). Zie ook Kimmedoncius, d^>. Eedemtione, Ie. 11. En buitenlands had Peter Martyr zich even onomwonden in zijn Loei communes uitgesproken: „Men mag het niet voorstellen alsof de genade Gods als een gemeene genade aan alle menschen hoofd voor hoofd zou worden voorgelegd, zoodat het nu in hun macht en wil zou zijn of ze die voorgestelde genade wilden aannemen, want opdat de dood Christi voor ons zij, is noodig dat wij dien dood toepassen; wat we niet kunnen doen dan door het geloof, welk geloof wederom leeraren
De
Van Toorenenbergen b. v. gegeven in zyn Bijdragen het „Universalisme" van Martini van Bremen zonder tegenspraak bleef en alsof de tegenspraak van de Gereformeerden tegen de bestryders van het Particularisme eerst tegen het einde der 17de eeuw opkwam, rust op misverstand. Zie over Martini „iken" Srem. Ja/iröfic^er 1878. Xp. 11. v. v., en over de Dovdsche Synode zelve Can., de verwerping. § 6, op het 2de hoofdstuk, waar als logenachtig verworpen wordt het gevoelen dergenen die leeren: „dat God zooveel Hem aangaat, allen menschen die weldaden, die door den dood Christi verkregen worden, even gelijklyk heeft willen mededeelen. Maar, dat sommigen der vergeving der zonden en des eeuwigen levens deelachtig worden, anderen niet, dat zulk onderscheid hangt aan hun vryen wil, dewelke zich voegt by de genade, die zonder onderscheid aangeboden wordt". Is dit bestryden? Of is het dit niet? De berichten der Hessische deputaten verdienen, reeds om hun beweren omtrent S, Lubbertus, blijkbaar weinig vertrouwen. 1)
voorstelling door Dr.
p. 142, alsof
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's