Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De leer der Verbonden - pagina 88

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De leer der Verbonden - pagina 88

3 minuten leestijd

78

Mogen

we

hierin

slagen,

dan

meenen we overtuigd

te

zullen

hebben.

Wat nu het eerste punt aanbelangt, zoo weten we van ons zelf en we van de broederen, dat een menschenhart een diep zondig

weten ding

en dat aan alle zonde, naar het onuitroeibaar besef van ons schuld voor God kleeft. Voorts bij het licht van het heilig Woord wordt ons die zonde in haar duivelsch karakter ontdekt en treedt die schuld voor ons als botsing tegen Gods heilige wet. En een iegelijk onzer die indaalt in de zonde van zijn hart, weet, tast, ziet: „Als ik maar al dieper, al dieper in mijn zonde peilen kon, zou ik ten slotte in het hart van den duivel uitkomen !" En evenzoo weet een iegelijk van de ontdekte broederen, dat wie indringt in de aanklacht van zijn schuld, moet uitkomen bij die vurige Wet Gods, die tegen den wil van ons creatuurlijk en zondig wezen eischend, is,

zelfbewustzijn,

doemend

oordeelend,

Had

een

Maar

feitelijk is

optreedt.

Pelagius gelijk gehad en konden we zeggen: „Zie, tot vijf jaren vier, toe ben ik een zondeloos kind geweest, maar drie, toen in dat en dat gegeven oogenblik ben ik van zondeloos een zondaar geworden!" o, dan ware er nu verder geen bezwaar. Dan toch kon men zeggen: „Ik zelf in eigen persoon heb op dat onheilig en noodlottig oogenblik den duivel ingelaten, mijn eerst heilig hart onheilig gemaakt, de mij geopenbaarde Wet Gods vertreden en alzoo de schuld op mij geladen!" Pelagius leven geeft

is

hem

Immers een

dit niet zoo.

een leugenaar bevonden, en de ervaring van heel het ongelijk.

van ons weet voor zich zelf en een ieder, die anderen, en Gods Woord verzekert het ons ten stelligste: „De zonde in ons is niet bij ons begonnen, en de schuld waaronder we gebogen gaan, is oneindig grooter dan de schuld, !" wier oorzaak ligt in wat we zelf persoonlijk misdreven Eeden om aan te nemen, dat dit vroeger anders geweest zou zijn, bestaat er niet. Men kan niet aannemen, dat de menschen b.v. tot op Noach, of tot op Abram, pelagiaansche kinderen in hun jeugd waren, en eerst daarna „zondig en schuldig van af hun geboorte" zijn geworden. Integendeel alles pleit er voor, en de historieberichten bevestigen het, en de Heilige Schrift onderwijst ons, dat dit nu waargenomen verschijnsel, van ons eigen hart, altijd zoo bestaan heeft, tot op Adams eigen kinderen toe. Slechts van dien eersten, niet geboren, maar rechtstreeks geschapen mensch wordt dit volstrekt onaannemelijk, overmits God ook hem zag dat hij zeer goed was. En zoo komen we dan voor dit raadsel te staan: „Hoe en op wat wijs is het te verklaren, dat er oorspronkelijk opmerkte,

iegelijk

nam waar

bij

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's

De leer der Verbonden - pagina 88

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's