Honig uit den rotssteen - pagina 209
:
195 Heel dat standpunt is valsch. Want u hindert wel het meest die ééne zonde, die u het ergst verleidde; maar (ilod, den heiligen God, zijn al uw andere zonden even walgelijk; en nu gij moet geen zonde bestrijden omdat ze u, maar omdat ze God een hinder in zijn heilige oogen is.
De eenige weg des heils is dus, dat ge, zoodra het overmatige uitbreken dier ééne zonde u tot inkeer bracht, terstond, onverwijld heel uw toestand voor God veroordeelt; zonder aarzelen of weifelen al de wonden uwer ziel openrijt; al uw zonden uitbreidt voor zijn heilig aangezicht, en tot de fundamenten, ja tot den hoeksteen van het fundament uwer ziel doordringend, rechtstreeks den wortel aller zonde aantast in uw ongeloof, in uw weinige liefde, in uw zelfbehagen, in uw verzonken zijn in het zichtbare, in uw blindheid voor de heerlijkheden des hemels en in uw doofheid voor het Woord
uw God. En wat er dan met
van
die giftplant van uw boezemzonde zal gebeuren? geen voedsel meer krijgt, dat haar geen nieuwe levenssappen worden toegevoerd, en dat ze langs dien van God gezetten weg verkwijnen gaat en eindelijk sterft. Zeker, dat zou niet gebeuren, als gij u zelven heiliaren moest; want hoe ooit een machtelooze macht uit machteloosheid zou voortbrengen, is ongerijmder dan de ongerijmdheid zelve. Maar wie weet, wie belijdt, wie gelooft, wie ervaren raag: Hij Dit,
dat
ze
doet het voor dien bestaat die beklemming der God heiligt mij vreeze niet. Want zulk een doet niets of de Geest leidt en de Geest drijft hem, uit het Woord hem al door de heerlijke, de zielverkwik!
!
kende belofte voorhoudend Hij die u roept is getrouw^ die het ook doen zal!
LXVII. a3a Ijccn
flctjtcr
mij,
Ga heen
^atanae!
achter mij, Satanas want gij ver de dingen die Gods zijn, maar die der menschen zijn. Mark. 8 33. ;
zint niet
:
Wat, wat verstaat onze ziel toch eigenlijk van de machtige rol, Satan in ons leven speelt? Van den invloed dien hij op ons oefent, van de netten die hij eiken avond voor ons uitspant, van den kuil dien hij eiken morgen voor ons graaft en van de duivelsehe die
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's