Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het heil in ons - pagina 120

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het heil in ons - pagina 120

3 minuten leestijd

]10 Geest, b. v. vs. 6. „Nu zijn wij vrijgemaakt van de wet alzoo dat wij dienen in nieuwigheid des Geestes." De persoon, van wien deze drie perioden ons geteekend worden, is aldoor dezelfde, wat daaruit blijkt, 1. dat er van geen verschil van personen melding geschiedt; 2. dat in elk dezer drie geestelijke phases steeds hetzelfde „e^" genoemd wordt: „ik leefde eertijds zonder wet," „ik had de begeerlijkheid niet geweten zonde te zijn, zonder de wet" en „ik heb een vermaak in de wet Gods naar den inwendigen mensch;" en 3. dat deze verschillende perioden, als in tijd onderscheiden, worden aangeduid. Eerst toch vinden we een verleden tijd: „ik leefde,'' en wel als aanwijzing van een lang verloopen verleden met de bijvoeging van eertijds: „ik leefde eertijds zonder wet." Dan een steeds doorloopenden verleden tijd, ter aanduiding van de wetsperiode: „ik kende de zonde niet dan door de wet," „de zonde oorzaak genomen hebbende door het gebod, heeft in mij alle begeerlijkheid gewrocht," „het gebod dat ten leven was, is mij ten doode bevonden," „de zonde is weder levend geworden, en ik ben gestorven," enz. Terwijl op deze beide reeksen van den verleden tijd, alsnu van VS. 14 af een zielselegie volgt, die stiptelijk in den tegenwoordigen tijd blijft en, tot den einde toe, spreekt van „wat ik wil dat doe ik niet en wat ik niet wil doe ik," „ik weet dat in mij, d. i. in mijn vleesch, geen goed woont" „wie zal mij verlossen, ik dank God door Jezus Christus onzen Heere," enz. Deze persoon nu, wiens drie geestelijke stadiën ons hier zijn voorgesteld, is niet een ander noch een denkbeeldig persoon, maar de apostel Paulus zelf. Dit blijkt reeds ten stelligste uit het veertig malen herhaalde gebruik van het persoonlijk voornaamwoord „ik" en „mij," waardoor, naar alle wet van reden, steeds en onveranderlijk de auteur zelf wordt aangeduid, tenzij het tegendeel ten duidelijkste en ten stelligste zij aangegeven. Dit nu geschiedt hier niet. Noch door het verband, waarin de deelen van het kapittel tot elkaar staan, noch door de overgangen van het redebeleid. Alles loopt door. Het is één lijn, die door heel het hoofdstuk wordt volgehouden, en zelfs het vermoeden van overspringing op een denkbeeldig persoon mist elk steunpunt. Waar tot overmaat van bewijs nog dit afdoend argument aan kan worden toegevoegd, dat Paulus om van een ander dan van zichzelf zoo intieme dingen te kunnen meêdeelen, „kenner des harten" had dienen te wezen en met meer dan menschelijke macht over eens anders ziel toegerust. Dat voorts de geestelijke toestand, waartoe Paulus in de derde hier beschreven periode gekomen was, niet zien kan op de laatste oogenblikken voor zijn breken met de wet, noch ook op zekeren middenstaat, maar wel metterdaad en uitsluitend zijn staat als wedergeborene, als begenadigde, als kind van God, op het oog heeft, duidt hij zelf aan door het constant gebruik van „den tegenwoordigen tijd"; een

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

Het heil in ons - pagina 120

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's