Dat de genade particulier is - pagina 14
maiineii, die in stad en laade huidendaags drij vers van de algemeene verzoening zijni Want ik maak er allerminst een geheim van, dat naar dien maatstaf wellicht de „tien talenten" aan de overzij en slechts „één enkel" met mij zou staan, en dat nóch omvang van eigen studie noch vastheid van eigen overtuiging, in staat zou zijn mij aan het drukkend gevoel te doen ontkomen, dat u als lood op het hart ligt, zoo dikwijls op eenig punt schier allen die roep van
wetenschap hebben, ontkennen wat gij belijdt. En wat mij desniettemin de veerkracht in het hart schonk, om van onder dien druk uit te komen, en te spreken gelijk ik hiermee doen ga, was dan ook allerminst iets dat in mijzelf of aan mijn kant of onder mijn geestverwanten wordt gevonden, maar veeleer de, immers niet onware? overweging: Dat ook de drijvers der algemeene genade op hun beurt weer tamelijk geïsoleerd staan, zoodra ze in wetenschappelijke kringen ook nog maar den Zone Gods durven belijden. Dat toch ook eigenlijk in zulk een geschil niet de overmacht van weMnschap, maar wel de geestelijke meerderheid des geloofs den doorslag moet geven. En, wat mij vooral weer moed deed vatten, dat ik, hoe geïsoleerd ook onder de theologen van thans, in vroegere, en geestelijk betere, eeuwen volop bondgenooten zou gevonden hebben. En dat niet onder de oefenaars in achterbuurten, maar onder de q^ider mannen als Augustinus en Calvyn, starren van de eerste grootte en na dien grooten Hervormer, op Martini van Bremen na, in heel het Dordsche Concilie, d. w. z. in de schitterendste verzameling van Gereformeerde theologen die ooit gedaagd is. En zoo ook, voor evengoed als na Dordt, bij al wat er onder theologen onzer kerk glansgeblonken heeft. Zoo zelfs rijks, en uitstekends en door godsvrucht dat nog de jongere Van den Honert, wiens latere af doling bekend naar Comries eigen is, in zijn De gratia unwersali sive parHcularl, getuigenis, in zijn Examen van Tolerantie, nog volkomen zuiver op ;
de oude paden liep.
Want
zie,
mag
dat u gebeuren, dat ge de vaste overtuiging
uwer
een gansche wolke van heerlijke getuigen, die zoozeer bij zonderlijk door Gods Heiligen Geest, met zielsdan kunt ge o, krachten en denkkrachten bei, begaafd waren, onweerstaanbareu ten leste geen weerstand meer bieden aan den drang van binnen, of de eere van Gods heiligen Naam, die toch bij elk different van dien aard voor ons pit en doelwit moet zijn, ook in onze dagen en voor onze tijdgenooten, weer ontdaan mocht worden van het stof waaronder ze begraven ligt en het vooroordeel dat haar ziele
aldus
gedekt
vindl
door
—
luister verbergt.
[ntusschen is zelfs dit beroep op „de oude wolke van getuigen' ons thans niet meer, zonder nader bewijs, vergund.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's