Het heil in ons - pagina 150
140 ze bij den onbekeerde het goed heeft en gevierd en in de kamers van het hart feestelijk onthaald wordt, heeft diezelfde indringster het bij de kinderen van God hard te verduren en lijdt er honger en wordt er rusteloos in den hoek gedrongen en na elk levensteeken, dat ze weer geven dorst, met dubbele slagen, al ziet het ook geen menschenoog, in de kameren van het hart gekastijd. terwijl
XV.
NOG EEN LAATSTE TEGENSPARTELING. Mijn juk
is
zacht en mijn last is licht. Matth. XI 30. :
Nog altijd niet van hun ingebeelde volkomenheid kunnende aflaten, wenden onze Perfectisten het nu weder over een anderen boeg, en komen
alsdan met de volgende vraag te berde: Wat licht is, zoo spreken ze o^s toe, wat niet zwaar of moeilijk, maar gemakkelijk is, zou dat ook uw kracht kunnen te boven gaan? En indien niet, waarom zou een kind Gods dan de volbrenging van zijn geboden niet reeds in dit leven aankunnen, daar toch de Heiland zelf betuigd heeft: mijn juk is zacht en mijn last is licht!" en zijn apostel, de hem intiemste zijner apostelen, de apostel die het diepst en teederst voelde, nog eens deze uitlokkende gedachte in dezer voege omschreef: „Hierin is de liefde Gods, dat we zijne geboden bewaren en zijne geboden zijn niet
zwaar oppervlakkig bezien, schijnt ook deze redeneering weer onomMisleiding, niets dan misleiding, blijkt immers volgens den klaren zin van deze uitspraken, uw sombere, mistroostige, triestige voorstelling van een weg ten hemel, die zoo moeilijk is, en een poort, die zoo bitter eng zou zijn, en van die weinigen, die haar als ingang in het Koninkrijk zouden vinden. Ge ziet het nu immers. Er valt niets tegen te zeggen. Die graftoon is het wangeluid uit uw eigen boos hart Luister maar, hoe heel anders, hoe volheerlijk, hoe wegsleepend is die levenstoon niet van 's Heilands lippen: „Een juk dat o, zoo zacht, een last die o, zoo licht is en geboden die niet zwaar zijn !" o, Dat ge weer adem mocht halen, arme bedrukte en misleide Christenheid, die onder den geesel der harde leerdrijvers nu zoo lange jaren gezwoegd en bij den ticheloven der zwartgalligheid nu deze lange dagen in het zweet uwer ziele, zonder uitkomst, geworsteld hadt! Maakt u op, waagt het met ons die de volmaakbaarheid drijven, en trekken we, als Jsraël eens onder Mozes' geleide, zoo nu op onze
Zoo
stootelijk.
!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's