Dat de genade particulier is - pagina 57
47
En daarom haalden we leekenen, werd daarom onzerzijds gewaagd de oude eigendomsbrieven onzer Gereformeerde familie weer voor den dag, en openden en herlazen nog eens de intiemer familiebrieven, en lieten daarin zien, dat dan toch dat „Christus pro omnibus!" ook vroeger niet werd beleden. Mocht dit dan niet? Is een weeropkomen voor wat vroeger heel uw kerk beleed, dan onoirbaar geworden? Is dan het woord,
mits
het broederlijk in toon blijve, niet meer
vrij?
Toch willen we beantwoording
voorkoming van misverstand en ter vriendelijke menig belangstellend woord, even op deze drie
ter
van
opmerkzaam maken: Ten eerste, dat bij de leer van de particuliere genade onafscheidede leer van het verhond, die we, zoo er krachten vergund lijk hoort worden, dan ook onverwijld na afloop van deze reeks zullen ter sprake brengen. En nu is het juist in deze leer van het verhond, dat al de ingewikkelde vragen van Evangelieaanbieding, recht tot vermaan, sacramentsbediening, zending, enz., waar men nu telkens op wijst, haar volkomen bevredigende oplossing eerst kunnen, maar dan ook zullen vinden. Ten tweede, dat wij er in de verste verte niet aan denken, om alle sprekers en hoorders in de kerk, die thans het „Christus pro omnibus" vasthouden of drijven, zonder onderscheid als Pelagianen of Remonstranten te brandmerken. Dit ware de onbillijkheid zelve. Neen, er zijn te allen tijde tweeërlei soort bestrijders der particuliere genade geweest de één een soort dorre, doodsche, koude verstandsmenschen, die geen toon van leven ooit uit het hart gevend, uit valsche veronderstellingen van menschelijke wijsheid, een zielloos leergeraamte tegenover het met zenuwen en spieren en huid o vertogen geestelijk organisme van Gods heilige waarheid stelden; en dat waren de Pelagianen vanouds en de Remonstranten van de I7de eeuw, en de kinderen der Remonstranten, die ge thans nog onder alle kerken vindt. Maar naast deze stond van oudsher en staat nog een geheel ander soort menschen, die wel terdege warm en bezield zijn, maar misleid door feil gaande Schriftuitlegging, misleid door een onjuist onderricht, en de ijslijke diepte van het genadeverbond niet aandurvend, huiverend terugdeinzen, en nu er zoo aan toe staan, dat ze beide dingen saam belijden: én dat de genade particulier is, én dat het toch naar Godes willen en bedoelen gruwelijk is de genade tot iets particuliers te beperken. Welnu, die laatsten aarden meer naar het Luthersche, en overmits nu onze rechtzinnige godgeleerdheid deze laatste twintig jaren bijna uitsluitend uit Luthersche landen ge:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's