De leer der Verbonden - pagina 72
62 ontsieren met de vermelding van de en heeft hij het zelfs zijn aandacht laten ontgaan, dat zijn eigen medearbeider aan Langes Bibelwerk Hosea 6 7 weer in oud gereformeerden trant, naar luid van onzen Statenbijbel, door: „Ze hebben het verbond overtreden als Adam" heeft zijn
schoon
desbetreffende
boek niet werken;
willen
:
vertaald.
Toch make niemand
den grijzen hoogleeraar een verwijt van. kwam het onder de kundiger theologen niemand meer in den zin of in de gedachte, om aan de mogelijkheid dat zulke leerstukken nog der bespreking waard waren ook maar te denken. Eenmaal geen oog gekregen hebbende voor wat er uog aan schats achter ons lag, moest hij zich dus wel bij voorkeur naar de Duitsche „Vermittelungstheologie" richten, die, aan onze gereformeerde leerontwikkeling geheel vreemd gebleven, van een Werkverbond hoogstens nog als van een „curieuse antiquiteit" gewaagde. En geen twijfel dan ook, of zag eerlang een derde druk van 's hoogleeraars Dogmatiek het licht, er zou wel beter en meerder eer worden gedaan aan dit thans weer oplevend leerstuk. Onze aanhaling van zijn woorden heeft dan van onzen kant ook in het minst geen „declineerende" bedoeling, maar strekt alleen om door dit, ter oorzake van Van Oosterzees naam, zoo illustre voorbeeld, vooraf met een enkelen scherpen trek te doen uitkomen, in welk treurig hoekje der verachtelijkheid dit „Yerbond der werken" op godgeleerd gebied geraakt is. En zeer zou men zich dan ook teleur gesteld zien, zoo men in dit opstel een opzettelijke bestrijding van Dr. Van Oosterzee tegemoet zag. Zelfs aan een eigenlijk gezegd theologisch pleidooi voor het Werkverbond mag hier niet gedacht worden. Al wat de Heraut, overeenkomstig zijn karakter, op kan leveren, is een zwakke poging om ook dit begraven leerstuk weer uit zijn puin op te delven, en aan de mannen en vrouwen, die thans leven, duidelijk te maken, dat ook hén persoonlijk dat Werkverbond nog aangaat, en elke belijdenis der waarheid onvolledig moet blijven, waaruit met opzet deze belangrijke hoeksteen wordt geweerd. Want wel weten we, dat de belijdenis van het Verbond der werken, in haar breederen, uitgewerkten vorm, van jonger dagteekening is, en zelfs bij Calvyn en Zanchius niet aldus omstandig wordt geleeraard. Maar eer mea zich hierop beroept om eigen verwerping van dit leerstuk te wettigen, zij men dan toch zoo goed, op het overgroote verschil te letten dat er bestaat tusschen twee menschen, waarvan de ééne een stuk der waarheid nog niet zoo klaarlijk belijdt, omdat het dusver nog niet in zoo helder licht was gesteld, en de andere ditzelfde stuk, nadien het in klaar en helder licht was geplaatst, opzettelijk Eeeds
bij
bestrijdt
hier
optreden toch
en verwerpt.
Ook op kerke
zijn
het stuk van de belijdenis gaat de Heilige Geest al door in de om de waarheid die in Christus is, of wil men.
Christi,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's