Het heil ons toekomende - pagina 212
202
met het haar bijzonder toebetrouwd talent, elkander voor eenzijdigheid te vrijwaren en steeds rijker en heerlijker met vereende kracht de belijdenis te doen schitteren van het vleeschgcworden Woord. Daartoe levere ook deze artikelenreeks eene bijdrage. Ze bedoelt geen fijn uitgeplozen ontleding van het ingewikkeld vraagstuk, maar uiteenzetting, toelichting en handhaving van die elementaire waarheid, waar de troost onzer zielen, de werkelijkheid van onze verzoening en de zekerheid onzer hope meê staat of valt. om,
woekerend
weêrkeerig
nemen we in het Evangelie van Johannes, Lukas, wijl alleen de discipel die in Jezus' schoot aanlag, van meet af de tegenstelling, waarom thans de geesten worstelen, principieel en met bewustheid in het oog heeft gevat. Niet alsof bij de eerste Evangelisten deze belijdenis van den persoon des Heeren zou ontbreken. Integendeel. In elk der vier Evangeliën is het dezelfde Christus, doch met een eigen tint, in beeld gebracht. Levi, de gewezen tollenaar, doet u als de Heilige Apostel Mattheüs in zijn prachtig geschiedverhaal zien, hoe de Christus, de stroom der profetie vervullend en dien afsluitend, metterdaad die Messias Israëls is, dien niemand kent dan de Yader. Hij begint daarom met het geslachtsboek van Jezus Christus, den zoon van Abraham, den zoon van David, den koninklijken Messiasstam, door Gods openbaringswoord te voorschijn geroepen, en eerst in den „meer dan Salomo" voleind. Marcus bemoeit zich gansch niet met de afkomst des Heeren. De „leeuw" is het zinnebeeld, waarin de Christelijke Kerk Marcus teekende, en als „de leeuw die overwon met heldenmoed de hel en al haar krachten," laat hij den Christus plotseling in het midden van Israëls maatschappij springen, om te worstelen, om te overwinnen, om buit te maken; den mensch u toonend, en toch in dien mensch een machtsbetoon, dat ge uit het vleesch „dat en welks heerlijkheid als een bloem des velds is," als gras wierd niet verklaart. Weer geheel anders eindelijk is Lukas, die naarstiglijk de dingen aangaande Jezus heeft onderzocht, en nu voorts de feiten schildert, de feiten in al hun aanminnigen glans, in hun aantrekkelijke teederheid, de feiten, gelijk ze al wat mensch is in het hart van aandoening doen trillen, en daarom voor het kind uitlokkend en voor den grijsaard nog van diepen zin. „Gij Bethlehem Ephrata, zijt gij klein onder de duizenden van Juda," dat meldt u Lukas, „uit u zal Mij voortkomen," dat teekent n Mattheüs, „die een Heerscher zal zijn in Israël," dat toont u Markus, maar met het slot der Godspraak, „wiens uitgangen zijn van ouds, van de dagen der eeuwigheid," treden zij achterwaarts en komt Ons uitgangspunt
niet
bij
daartoe
Mattheüs, noch
bij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's