Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 269

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 269

2 minuten leestijd

255

LXXXV.

dan een Vader, waar

is mijne eere ? een Heere, waar is mijn vreeze? zegt de Heere der lieirscharen tot u, o priesters, verachters mijns Naams.

Ben

ik

En ben

ik

Maleaclii 1

Wat

ia

:

6.

een priester?

is, als ik mij zoo mag uitdrukken, een weelde-artikel voor den Heere der heirscharen. Iets dat Hij niet noodig had. Een bestanddeel in zijn schepping, dat Hij niet behoeft. Maar een soort persoon, dien Hij naar vrij welbehagen schiep. Uit goddelijke weelde Omdat het Hem zóó goed dacht. Zelffjenoegzaam is de goddelijk rijke God in zijn ondoorgrondelijk en volzalig wezen. Hij heeft geen priester noodig. Want „Hij wordt van menschenhanden niet gediend als iets behoevende, alzoo Hij zelf aan allen het leven, den adem en alle dingen geeft." Derhalve, schept Hij toch een priester, dan is dit weelde. Weelde in een zin als waarin alleen al Gods doen weelde zijn kan. Majesteit in het overvloeiende. Niet uit gebrek, wat ongoddelijk zijn zou, noch ook uit

Een

priester

Naam

zou verkleinen. de „Heere der heirscharen"; of, juister nog: „Jehova der heirscharen". Jehova d. i. „de Zijnde in zichzelf", die én het Wezen uit zichzelf bezit én aan alle ding dat is het wezen verleende. De Eenige die zijns eigen aanzijns Fontein en Bron is en goddelijke Sprinkader. En die Jehova is de Jehova der heirscharen, dus de Heere die over alle elementen en heel het firmament, die over alle krachten der natuur en alle krachten des hemels, die over alle heirleger der engelen en serafijnen en cherubijnen, en daarenboven over al wat op aarde onder menschen eenige gave of eenige kracht ontving, als over zijn onderhebbende en aan Hem onderworpen en Hem ten dienste staande instrumenten gebiedt. Priester te zijn kan of zal dus nooit, in het allerminste niet zijn, Dat was en is onmogelijk en iets aan den Heere God toebrengen. zal eeuwig onmogelijk blijven. een Priester te mogen zijn, is niets dan een ons gegunde eere door goddelijke gunst ons toebeschikte verheffing het dragen van een uit louter welbehagen ons op het hoofd gedrukte, heilige kroon! nood, wat zijn

Bedenk

toch.

Hij

is

;

;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 269

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's