Het heil ons toekomende - pagina 77
67 derhalve
de
hem verleende voorrang zich uitsluitend aan datgene hem van Christus is. de bouw der Gemeente, de Pinksterdag is nog komende.
hecht, wat in
Nog toeft De Discipel moet nog
door de diepte der jammerlijkste verloochening voor het Apostolaat op zal staan. Hij heeft zich nog te bekeeren. Hij gelooft nog niet aan den zoen, die in het bloed des kruises is. Hij meent het wel, maar nu de ure komt, dat het naar dat kruis gaat, protesteert hij met al de energie zijner ongeloovige natuur. Dat lijden kan niet. Aan den band die hem met Jezus verbindt, ontbreekt nog innerlijke heiliging. Die komt niet en kan niet komen, eer het met Petrus in de diepte gegaan is, door een diepte waarvan hij zelf de helfte niet vermoedt. Tn een diepte moet hij wegzinken, die juist door zijn natuur, zijn karakter, zijn temperament aangegeven, de onafscheidelijke voorwaarde was voor de hooge roeping, die hij als Apostel niet slechts, maar als eerste der Apostelen te vervullen zou hebben. „Petrus als gij eens !" zult bekeerd zijn, versterk uwe broederen Toch is de hier bedoelde voorrang een geheel andere dan de heilige roeping in Mattheus XVI voor hem weggelegd. Daar is het de eerste steen in het fundament der Gemeente, waarbij hij lijdelijk blijft, waarbij de Heere het aan en met hem doet, en hij de Petra blijven zou, ook al stierf hij vóór den Pinksterdag, of al wierd nog vóór de uitstorting des Geestes zijn mond voor altijd gesloten. Hier daaren-tegen is het een taak voor Petrus zelven overgelaten, een daad door hem op zich te nemen. De broederen sterken, dat ware ondenkbaar, hij tenzij op den Pinksterdag nog met hen was en in den eersten strijd der Gemeente als leidsman aan hun hoofd kon staan. De eerste steen beheerscht in zekeren zin den ganschen bouw. De plaats zijner ligging, de richting zelfs waarin hij gelegd wordt, beslist voor eiken volgenden steen, die daar naast en voor elke hoogere steenlaag, die er op zal gelegd worden. De eerste steen heerscht in den bouw, maar door zich de onderste plaats te laten welgevallen. Zoo nu was ook Petrus primaat naar den regel, „dat wie aller heer zou willen zijn den schepter dier heerschappij in het dienen der broederen had te vinden." Het sterken der broederen, het hun meêdeelen van zijn kracht, het. zich hun toewijden en geven, ziedaar het terrein waarop .Jezus wil dat zich zijn voorrang openbaren zal. In het kracht leenen aan anderen moet het blijken, dat hij zelf de geloofskracht uit Christus metterdaad ontving. Met deze uitspraak van Jezus is het verhaal der Evangeliën in volkomen overeenstemming. Van het leven der meeste Apostelen weet ge niets, hoogstens hun naam van Petrus ware een levensgeschiedenis te schrijven. De meeste discipelen worden in de Evangeliën slechts in de naamlijst der Apostelen vermeld, zonder dat overigens ook maar een éénig bericht van hen geboekstaafd is, van Petrus daarengetrokken,
eer
hij
rijp
!
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's