Dat de genade particulier is - pagina 223
213
Ook
immers wordt het heil wel terdege weer beperkt tot die den Vader als „kinderen" optreden, en die de Zoon deswege aanneemt als zijn „broederen"; wat toch wel door niemand onzer anders dan van de „gemeente der uitverkorenen" kan of zal verstaan worden. Terwijl ten overvloede het woord „allen" hier nogmaals, en nu in het meervoud, in zoodanig verband herhaald wordt, dat niemand twijfelen kan of met dit laatste „allen" althans zijn uitvelen
hier
die
sluitend
worden,
We
tegenover
de
verlosten
zijn allen uit
bedoeld. één."
die heiligt en
„Hij
zij
die geheiligd
1 20 aan toe, waar de vrede gemaakt hebbende door het bloed zijns kruises, door hem, zeg ik, alle dingen verzoenen zoude de dingen die op de aarde, hetzij de dingen tot zich zelven, hetzij die in de hemelen zijn." Over deze plaats 'hier breedvoerig uit te weiden zou misplaatst zijn.
voegen
er
apostel schrijft:
voor
„En
ditmaal
nog
dat Hij door
Col.
:
hem
toch, men verstaat onder „alle dingen" hier uit„menschen", of wel men vat onder dit begrip van „alle ding" geheel de schepping saam. Doet men nu het laatste, en verklaart men derhalve „dat Hij door hem geheel de schepping met zichzelven verzoenen zou, zoowel de schepping hier beneden, als. al het dan verliest uiteraard het beroep op geschapene in den hemel", deze plaats voor onze tegenstanders alle kracht. Dan toch zou het te veel bewijzen. Daar ook zij toch wel niet beweren zullen, dat de zaligmakende vrucht van Jezus' sterven van Godswege ook voor de duivelen en de dieren was bedoeld. Ook zij moeten dit woord van Paulus dan wel in een zeer algemeenen zin opvatten, als niet rakende de „verzoening ter eeuwige zaligheid", maar den „vredestand waarin het heelal door Jezus' kruisdood weer tegenover zijn Schepper ge-
Van tweeën één sluitend
—
treden is."
Beperkt men daarentegen de woorden „alle dingen met zich verzoenen zou" tot „de menschen", en vat men het op als stond er: „dat Hij door hem vrede gemaakt hebbende door het bloed zijns kruises, door hem, zeg ik, alle menschen verzoenen zou tot zich zelven", dan behoeft men het vers in dienzelfden toon slechts ten einde
toe
te
lezen,
om
overtuigd
te
worden van het ongelijk der
Universalisten.
Dan toch komt men dit te lezen: „Dat Hij door hem vrede gemaakt hebbende door het bloed zijns kruises, door hem, zeg ik, alle menschen verzoenen zou tot zichzelven, hetzij de menschen die op de aarde zijn, hetzij de menschen die in de hemelen zijn." Want immers, overmits met „de menschen die in de hemelen zijn", dan niet anders kan bedoeld zijn dan dat deel der afgestorven menschheid dat zalig werd, zoo kan dan ook met de „menschen die op de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's