Heils termen - pagina 227
217 en de hardste kleuren. bazelend, geen levensernst Maar evenmin de luchthartige, die veel van eeuw heeft, om te beseften, dat onzer eerbied genoeg voor het lijden „dat God de liefde is," nog klank een altijd weer herhalen van den een
leerstellig
weefsd
van
de
stugste
stof
biedt voor haar hart. Neen, zal onze eeuw weer door verkwikt, gered en bekeerd worden, dan moet ze met Gods liefde gebracht, gelijk ze door al onze onaanraking zelve in die liefde heeft naar Bethlehem's kribbe, gebaand weg zich een heiligheid heen Christus, onzen Heer; dan moet ook in aannam leven èn gestalte èn zij weder den moed grijpen, om de valsche orakels der Heidensche wijsbegeerte in al hun ijdelheid ten toon te stellen en terug te keeren naar de vergeten, gesmade en meer dan driewerf verbeurde levensopenbaring, die der menschheid in Israël gewerd; maar bovenal, dan
geen
artsenij
moet die liefde Gods ook voor haar geen macht blijven, die van verre staat en zich als een ideale liefde steeds verder terugtrekt, maar integendeel, dan moet die liefde Gods vloeiend worden, in beweging geraken, haar tot in de diepte van haar leven glijden en in haar zondig leven zich openbaren
heid,
die tot
Welbehagen
als
Ontferming
en
Barmhartig-
zich ontplooien, of tot heiligen
toorn
verscherpen zal. Onze eeuw voele slechts aan haar hart, dat die liefde werkelijk bestaat, dat die liefde Gods zich ook tot haar neigt, ook voor haar een woord, ook voor haar een genezende kracht heeft; ze leere de „Ontferming" Gods slechts kennen als een barmhartig zich erbarmen, niet slechts over een begrip van zonde en een begrip van ellende, maar ook over die eigenaardige zonde waartoe zij verviel, dien bedekten vorm van ellende, waarin zij gedurig dieper wegzinkt. Ook voor haar ontsluite zich slechts het mysterie dier persoonlijke, veerkrachtige, alles louterende en verheffende liefde, die en niets ontin het „Welbehagen" onzes Gods zich uitspreekt, neemt ons de schoone hope, dat ook onze eeuw nog in aanbidding zal nedervallen en al haar opgewonden schijnvreugd ijlings en willig prijs geven voor een teug uit dien beker der heiligste genietingen, zich
—
dien de Erbarmer aan zijn schepselen reikt.
Maar ook der Christenheid is niets zoozeer, als een zich verdiepen in die liefde Gods van noode. Naarmate haar taak juist in onze eeuw te verhevener is, is ook haar toestand te gevaarlijker. Ze wil den Christus prediken, maar vindt tegenstand. Ze wil voor de ooren der wereld van Gods liefde uitroepen, maar bespeurt dat men de ooren toestopt. Wat is dan lichter te begrijpen dan dat ze, oin in zulk een eeuw toch maar Gods liefde te prediken, zich te ver van eigen terrein waagt, schier onbewust op het terrein der wereld overgaat, en nog wel meent Gods liefde naar de Schriften aan de wereld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's