Dat de genade particulier is - pagina 177
167
En hiermee is vanzelf reeds de tweede f>Tond aangeduid, waarop de onafwijsbare verplichting;, om het Evangelie aan een iegelijk die hooren wil te prediken, rust. Men kan. namelijk de schapen van de bokken niet scheiden. Omdat de geestelijke mensch alle dingen onderscheidt, daarom kan hij nog volstrekt niet onfeilbaar uitmaken wat tarwe en wat onkruid is. Alle visch uit het net moet in zijn vaten. Aan het schiften komt het eerst in den dag des oordeels toe. Geestelijke keurmeesters zijn in Jezus' kerk ondenkbaar. Men kan oordeelen over iemands belijdeais, maar niet beoordeelen of hij het meent. Toezien op iemands levenswandel, maar niet zien wat hij in het verborgene doet: veel min nog wat hij doet van binnen. En evenzooweel met geestelijke voelhorens tasten of er uit iemand een reuke des levens u tegenkomt, maar nooit beslissen, of ge u in uw beoordeeling ook vergist. Er kunnen kinderen Gods zijn, die gij er nooit voor zoudt houden, en onder degenen die gij er voor houdt, schuilen soms onverbeterlijke hypocrieten. Dat is nu eenmaal zoo. Op dit stuk hebt ge uw onwetendheid te belijden. En die velen, die zoo op een haar en op beslisten toon weten uit te maken, wie wel
en wie niet „veranderd" geestelijke
is,
lichtzinnigheid
staan aan een geestelijke aanmatiging schuldig,
die waarlijk niet voor
of
den ernst
van hun levensopvatting pleit. Maar stel ook al, dat metterdaad de onfeilbare toetssteen in uw handen lag, waarnaar gij zonder missen kondt uitmaken wat goud was en wat klater, dan nog hielp u dit voor de Evangelieprediking geen zier. Want immers, als iemand uitverkoren is, dan is hij dat van voor de grondlegging der wereld, maar dan volgt daaruit nog volstrekt niet, dat hij van zijn moeders lijf af ook wedergeboren en den Christus ingeplant is. Omgekeerd is het eer waarschijnlijk, dat bij de meesten. die wedergeboorte en die inplanting eerst komt, nadat ze eerst tien, twintig, dertig, veertig, vijftig en meer jaren als tegen God weerspannige en afgekeerde zondaars hebben geleefd. Of nu iemand ter zaligheid bestemd wierd, is natuurlijk eer hij wedergeboren werd, nooit of nimmer voor eenig schepsel uit te maken. het leven er is, is het nóg uiterst moeilijk, om te beslissen, ook door schijn misleid wordt. Maar dat ge er niets van merken kunt, zoolang het er nog niet is, spreekt toch wel vanzelf. Er zijn dus tweeërlei uitverkorenen: dezulken die reeds toegebracht zijn en dezulken die nog toegebracht moeten worden. Vraagt ge nu voor welke van die beide soorten de Evangelieprediking bestemd is, dan kan wel niet anders gezegd worden dan dit: „Bestemd voor allebei, maar indien ge het slechts aan één van beiden geven mocht, dan zou het natuurlijk het eerst bestemd moeten worden voor de nog niet toegebrachten, en zouden desnoods de toegebrachten het eenigermate
Als
of ge
kunnen derven."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's