Heils termen - pagina 90
80 einde van deze wereld zelf een einde zal nemen, dan zal men toegeven, dat zulk een bijvoeging;, op zijn zachtst uitgedrukt, vrij overbodig was en zonder schade had kunnen wegblijven. Let men er daarentegen op, dat Jezus zelf bij de Avondmaalsinstelling tot tweemalen toe van een „totdat" gesproken heeft en beide malen naar den „dag van zijn toekomst" verwees, en verliest men dit bij Paulus' uitspraak niet uit het oog, dan geraakt men als van zelf tot de veel bevredigender slotsom: dat de Apostel ons met dit „totdat Hij komt" slechts in een verkorte uitdrukking weergeeft, wat de Heere zelf in den nacht toen Hij verraden werd, tot zijn jongeren had ge20 wijst ons zegd. De gewichtige uitspraak eindelijk uit Openb. III op denzelfden band, die tusschen Avondmaal en Opstanding bestaat: „Indien iemand mijne stem hoort," zegt daar de Heere, „en de deur opendoet, Ik zal tot hem inkomen, en Ik zal Avondmaal met hem houden en hij met Mij." Ongetwijfeld is hier het inwendig, geestelijk Avondmaal bedoeld, maar hieruit blijkt dan toch, dat de gemeenschap met den Verrezen Heiland ons door Jezus zelf onder het beeld van een Avondmaal wordt voorgesteld. Dit nu zou men geheel misverstaan, zoo men hierbij aan het Avondmaal als Sacrament dacht. Zulk een uitlegging toch, zou slechts tot geestelijke geringschatting van het Sacrament leiden. Of, waartoe nog een zichtbaar Avondmaal, zoo de eigen vrucht reeds zonder Sacrament geestelijk genoten wordt Neen, met het woord Avondmaal is hier niet het Sacrament, maar het „Avondmaal des grooten Gods," d. i. de eeuwige heerlijkheid bedoeld (zie Openb. IX 9, 17), waarvan de voorsmaak reeds geestelijk door het geloof genoten wordt, en waarvan het Avondmaal, als Sacrament genomen, ons slechts de afschaduwing vertoont. Toch mag dit verband tusschen de Sacramenten en de Opstanding nooit onmiddellijk genomen worden, maar moet het steeds gaan door de diepte van het Kruis. Uitdrukkelijk zegt Paulus, dat we door den het
moeten
:
!
:
eerst „met Hem begraven worden in zijn dood," en evenmin laat alles wat de Schrift ons van het Avondmaal zegt ook maar den minsten twijfel over, of men zou de kracht van dit Sacrament te niet doen, zoo het niet allereerst genomen werd als een teeken van „de gemeenschap zijns doods." Zeer terecht hebben dan ook onze Hervormers en onze gereformeerde Theoloo-en steeds
Doop
terug te nemen dat er van een gehet Avondmaal eerst dan sprake kan zijn, zoo men dit allereerst opvatte als gemeenschap met den om onzentwille gekruiste en gegevene in den Dood. Welnu, die Opstandingskracht waarheen de Christen opziet uit de diepten van zijn dood, is ons wel in haar heerlijkheid nog niet ontvouwd, maar toch in Doop en Avondmaal beteekend, en niet juister weten we dus de bede weer te geven, die bij het Sacrament ons hart
geweigerd,
de
meenschap
met Jezus
vervullen
stellige uitspraak
moet,
dan
:
bij
door
het
woord van den Apostel, dat we
hier
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's