Het heil ons toekomende - pagina 75
66 VIII.
PETRUS, DE ZUIL DEE, GEMEENTE. Gij zijt Petrus, en op deze Petra zal Ik milne Gemeente bouwen. 17. Matth. XVI :
Op het stuk der belijdenis kan noch mag het primaat aan Petrus betwist. Hij staat, eerst onder de Discipelen, straks onder de Apostelen, vooraan. Jezus zelf heeft hem dien voorrang toegewezen, en de geschiedenis des Nieuwen Testaments staaft slechts wat zich op grond van Jezus' uitspraak liet wachten. Het sterkst sprekend te dezen opzichte zijn de beide stellige verklaringen van den Heere 1". Gij zijt Petrus, en op deze Petra zul :
—
en 2". het woord kort voor den Gethsémané gesproken: En gij, wanneer gij bekeerd 32). Elke poging zult zijn, zoo versterk uwe broederen (Luk. XXII om deze uitspraken anders te duiden dunkt ons gezocht en mislukt. Bekend is de uitlegging van „op deze Petra zal Ik mijn Gemeente bouwen," die vooral sinds de Hervorming in zwang kwam. Niet Petrus' persoon, maar de door hem uitgesproken belijdenis zou als de Petra d. i. de rots zijn aangewezen, waarop de bouw der Gemeente rusten moest. Men beriep zich ter handhaving van deze zienswijs dat niemand een ander fundament liefst op de Apostolische uitspraak leggen kan dan hetwelk gelegd is, namelijk Jezus Christus; voorts op de verandering van den naam Petrus in Petra, waardoor blijkbaar een zaak, met een persoon bedoeld werd; en eindelijk op de driewerf herhaalde verloochening en het gebeurde waarvan Galaten II bericht. Deze uitlegging moet uit overprikkelde reactie tegen Eome's drijven voor het papisme verklaard. Ze heeft slechts tegenover Kome's onware verklaring kracht. Wordt van Koomsche zijde beweerd, dat Petrus' ambt, niet zijn persoon, of ook wel zijn ambtelijke persoon, maar dan deze ook gescheiden van zijn geestestoestand, zou bedoeld zijn, dan moet ter bestrijding van deze dwaling noodzakelijk een eenzijdige uitlegging optreden, die ter ontkoming aan het ambt, ook den persoon glippen laat, en uitsluitend let op de b e 1 ij d e n i s, als vrucht van wat „de Vader in de hemelen heeft geopenbaard." Toch berokkende ook deze eenzijdigheid schade, en het veiligst gaat de Gemeente, zoo ze leeft bij den eenvoudigen zin van Gods Woord, de gevolgen overlatend aan Hem, die haar dit Woord heeft
Ik mijne Gemeente houwen, uitgang
naar
:
:
—
•
toevertrouwd. Er lio-t in het aangevoerde geen kracht van bewijs. Dat reeds de Psalmist en Jesaia, en in aansluiting aan deze Godsmannen des Ouden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's