Honig uit den rotssteen - pagina 73
59 hijkomstige inkleeding; blyvende^ de eerste van gemaar wisselende de andere naar omstandigheden van tijd of plaats, of ook naar den aard der bedeeling. Ten opzichte van het vierde gebod is die zedelijke inhoud de heilighouding van één dag in elke zeven dagen. En is ceremonieel dat de ruste eerst naar den aard der Oud Testamentische bedeeling
ceremonieele stadige
of
geldigheid,
:
;
komt na het uitputten in eigen werkzaamheid. Het is dus niet waar, dat de Zondagsviering
of
Sabbats viering
van conveniëntie is, en niet meer onder de dwingende verplichting van Gods gebod zou staan. We zijn niet vrij om al of niet telken weke een dag te heiligen, naar ons dit gevalt öf belieft. Neen, tot de viering van een heiligen dag zijn we wel zeer zeker iu de consciëniie van Godswege gebonden. Dit toont de fundeering van deze viering in de Schepping, dus in een daad Gods die voor de geheele wereld geldt, zoolang ze bestaat. Dit blijkt uit de nawerking der Paradijs-traditie bij de heidenvolkeren. En is ook merkbaar in den aanleg van het menschelijk wezen, dat er zonder rustdag niet komt. Gebod vier van den Sinaï herstelde en localiseerde dus slechts voor Israël wat reeds bestond als algemeene ordinantie Gods over alle eenvoudig
een
zaak
schepsel.
Een ordinantie er op doelende, dat de schepping ons openbaar zou zijn, niet als een eindeloos proces (een voorstelling, waaruit al de gruwelen van het pantheïsme en van de stofvergoding opkomen), maar als een werk dat begon, een tijdlang aanhield en toen afliep; en dientengevolge ook op alle schepsel het merk drukte van het beperkte, dat aan krachts vernieuwing behoefte heeft. Deze ordinantie was dus het in stand houden van de alles beslissende waarheid, dat God God en zijn schepping een door Hem gewild en in een bepaald punt des tijds afgedaan, voltooid en vrij ten einde gebracht werk is. En wel een in stand houden hiervan niet door woorden, maar in daden. Een uitdrukken er van door den mensch in heel zijn léven. Een belijden van God als den alleen Eeuwige en een erkennen van eigen broosheid. Toen daarom zoo heilige ordinantie allengs teloor ging, heeft God ze uit genade voor zijn eigen verkoren volk Israël hersteld in dien bepaalden vorm, die bij dat volk paste. Voor Israël ging het van het werken uit, om, uitgeput neergezegen, met heilige ruste aan het eind overgoten te Avorden. Dus voor Israël 's weeks einde. Maar om het evenzoo voor zijn eigen verkoren volk onder het Nieuwe Verbond, dat uit alle natiën zou zijn saamgegaard, om te gieten in den vorm, die voor dat nieuwe volk passend- zou zijn; d. w. z. na Christus' verschijnen en het opgaan in hem van alle schaduwen, een uitgaan van de eeuwige ruste, om te arbeiden in de kracht die eerst van die eeuwige ruste uitging. Deze verandering is onder het opzicht en de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's