Heils termen - pagina 87
77
met de Gemeente. Haar te denken, als een die het geloof ontvangen moest, ware te ontkennen dat ze „de gemeente des geloofs" is, en dus haar karakter als gemeente opheffen. Zoozeer bezit ze en spreekt ze dit geloof uit, dat, gelijk men om zelfs kent, te weten wat Hollandsche taal is, naar Hollands volk zou verwezen worden, zoo ook de wetenschap, wat geloof is, alleen door kennismaking met die Gemeente kan worden verkregen. Toch behoudt het Teeken, ook waar het de gansche Gemeente bedoelt, zijn oorspronkelijk karakter van openbaring eener hoogere, is
het
iiog
onzichtbare realiteit. Voor waartoe hij moet
hem
die
noo; niet gelooft is die hooirere
komen: de kracht van het leven Gods, daarentegen kan en mag dat leven Gods niet als
realiteit,
Voor de gemeente onbekend worden gedacht. De wereld der onzienlijke dingen, in algemeenen zin, is veeleer het element waaruit en waardoor ze leeft. Verre van daarvoor een Teeken te behoeven, is zij zelve veeleer een Teeken van die onzichtbare geestelijke wereld voor den ongeloovige. Maar toch, al leeft zij reeds in die hoogere wereld in, toch is er ook in die ongeziene wereld een nog niet geopenbaarde h e e r 1 ij kheid, die wel voorwerp harer hope, wel haar erfenis is, maar nog bezit. Hierdoor behoort het tot den aard van het geloof, dat het, hoogere willende grijpen, gedurig zich zelf verliest, en dus ook na de bekeering versterking behoeft, om zich zelf terug te vinden. Beide, de ongeloovige wereld en de geloovige gemeente, hebben een strijd, maar voor beide is die strijd niet dezelfde. De ongeloovige heeft den strijd tusschen de wereld en God. De zichtbare wereld scheidt hem van den Onzienlijken God, Voor hem moet het Teeken dus een betooning van dien God in die wereld zijn. De Gemeente daarentegen heeft den strijd tusschen de vernedering, waarin ze ligt, en de heerlijkheid, die haar beidt. Voor haar moet het Teeken dus eene betooning van die heerlijkheid in die vernedering zijn. Paulus gelooft niemand zal het onttoch zegt hij: „of ik Hem kennen mocht en de kracht kennen verrijzenis!" zijner Welnu, de kracht der verrijzenis, dat is die heerlijkheid, die de Gemeente door het geloof moet grijpen. Daarom hangen dan ook beide Sacramenten met de Opstanding op het innigst saam. Ze zijn, gelijk ons blijken zal, juist die Teekenen, die de waarheid der Opstanding openbaren, in de diepte van het
geen
dit
—
—
Kruis.
In de diepte van het Kruis, de waarheid der Opstanding! De uitdrukking „waarheid" moet daarbij natuurlijk in schriftuurlijken zin genomen, niet als een afgetrokken begrip, maar als de heilige wezenheid der zaak zelve. Niemand zal toch wel het Joanneïsch woord:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's